liturgie 7 juni 2026

Orde van dienst voor 7 juni 2026 te Ter Apel om 9.30 uur.
Eerste zondag na Trinitatis
Voorganger: ds. J. Mol, Nijega
Ouderling: mw. A. Nuus-Koetje
Organist: dhr. A. Verhart, 2e Exloërmond
ORDE VAN DIENST
Welkom, mededelingen en kaarsen aansteken
Aanvangslied: Psalm 25: 4 en 5
4 God is goed, Hij is waarachtig
en gaat zijn getrouwen voor,
brengt, aan zijn verbond gedachtig,
zondaars in het rechte spoor.
Hij zal leiden ’t zacht gemoed
in het effen recht des Heren:
wie Hem ned’rig valt te voet,
zal van Hem zijn wegen leren.
5 Louter goedheid zijn Gods wegen
en zijn paden zijn vertrouwd
voor wie, tot zijn heil genegen,
zijn geboden onderhoudt.
Wil mij, uwe naam ter eer,
al wat ik misdeed vergeven.
Ik heb tegen U, o Heer,
zwaar en menigmaal misdreven.
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: NLB: Psalm 25: 10
10 Mogen mij toch steeds behoeden
vroomheid en waarachtigheid.
Hoopvol is het mij te moede,
U verwacht ik t’ allen tijd.
Here God van Israël,
red uw volk in tegenspoeden!
Toon uw goddelijk bestel,
dat uw hand ons toch behoede!
Gebod: Efeziërs 5:15-20
Zingen: Psalm 86: 2, 4 en 5
2 Ja tot U hef ik mijn leven,
Gij zijt mild om te vergeven,
rijk in goedertierenheid
voor een hart dat tot U schreit.
Heer, neem mijn gebed ter ore,
wil mijn luide smeken horen.
In het bitterste getij
roep ik en Gij antwoordt mij.
4 Leer mij naar uw wil te handelen,
laat mij in uw waarheid wandelen.
Voeg geheel mijn hart tezaam
tot de vrees van uwe naam.
Heer mijn God, ik zal U loven,
heffen ’t ganse hart naar boven.
Ja, uw naam en majesteit
loof ik tot in eeuwigheid.
5 Gij zijt groot en zeer verheven,
Gij doet wonderen aan ons leven.
Gij zijt God, ja Gij alleen,
goedertieren om ons heen.
Heer, Gij hebt mij aangenomen,
mij weer tot het licht doen komen
uit de diepten van de dood.
Ja, uw goedheid is zeer groot.
Gebed om de opening van het Woord
(Kinderlied waarna de kinderen de dienst verlaten)
1 Wij gaan voor even uit elkaar
en delen nu het licht.
Dat licht vertelt ons iets van God.
Op Hem zijn wij gericht.
2 Wij geven Gods verhalen door.
En wie zich openstelt
ervaart misschien een beetje licht
door wat er wordt verteld.
3 Straks zoeken wij elkaar weer op
en elk heeft zijn verhaal.
Het licht verbindt ons met elkaar:
het is voor allemaal.
1e Schriftlezing: Matteüs 20:1-16
[1] Het is met het koninkrijk van de hemel als met een landheer die er bij het ochtendgloren op uit trok om dagloners voor zijn wijngaard te zoeken. [2] Nadat hij met de arbeiders een dagloon van één denarie overeengekomen was, stuurde hij hen naar zijn wijngaard. [3] Drie uur later trok hij er opnieuw op uit, en toen hij anderen werkloos op het marktplein zag staan, [4] zei hij ook tegen hen: “Gaan jullie ook maar naar mijn wijngaard, de betaling zal rechtvaardig zijn.” [5] En ze gingen erheen. Rond het middaguur ging hij er nogmaals op uit, en drie uur later weer, en handelde als tevoren. [6] Toen hij tegen het einde van de dag nog eens op weg ging, trof hij een groepje dat er nog steeds stond. Hij vroeg hun: “Waarom staan jullie hier de hele dag zonder werk?” [7] “Niemand heeft ons ingehuurd,” antwoordden ze. Hij zei hun: “Gaan jullie ook maar naar de wijngaard.” [8] Toen de avond gevallen was, zei de heer van de wijngaard tegen zijn rentmeester: “Roep de arbeiders bij je en betaal hun het loon uit. Begin daarbij met de laatsten en eindig met de eersten.” [9] En zij die er vanaf het einde van de dag waren, kwamen naar voren en kregen ieder een denarie. [10] En toen zij die als eersten waren gekomen naar voren stapten, dachten ze dat zij wel meer zouden krijgen. Maar ook zij kregen ieder die ene denarie. [11] Toen ze het geld hadden aangenomen, gingen ze bij de landheer hun beklag doen: [12] “Die laatsten hebben één uur gewerkt en u behandelt hen zoals u ons behandelt, terwijl wij het onder de brandende zon de hele dag hebben volgehouden.” [13] Hij antwoordde een van hen: “Vriend, ik behandel je toch niet onrechtvaardig? Je hebt toch ingestemd met het loon van één denarie? [14] Neem wat je toekomt en ga. Ik wil aan die laatsten hetzelfde geven als aan jou. [15] Of mag ik met mijn geld niet doen wat ik wil? Ben je jaloers omdat ik goed ben?” [16] Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten.’
Zingen: NLB 990: 1 en 2
1 De laatsten worden de eersten,
wie knielde krijgt een troon,
de knechten mogen heersen,
de dienaar heet een zoon.
2 O Heer, o eerstgeboren
van allen uit de dood,
Gij zoekt wat is verloren,
Gij maakt het leven groot.
2e Schriftlezing: Jona 4
[1] Dit wekte grote ergernis bij Jona en hij werd kwaad. [2] Hij bad tot de HEER: ‘Ach HEER, heb ik het niet gezegd toen ik nog thuis was? Daarom wilde ik naar Tarsis vluchten. Ik wist het wel: U bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en bereid het onheil af te wenden. [3] Laat mij maar sterven, HEER: ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.’ [4] Maar de HEER zei: ‘Is het terecht dat je zo kwaad bent?’ [5] Nadat Jona Nineve had verlaten, was hij aan de oostkant van de stad gaan zitten. Hij had er een hut gemaakt om in de schaduw af te wachten wat er met de stad zou gebeuren. [6] Nu liet de HEER God een wonderboom opschieten om Jona schaduw boven zijn hoofd te geven en zijn ergernis te verdrijven. Jona was opgetogen over de boom. [7] Maar de volgende morgen, bij het aanbreken van de dag, liet God de boom door een worm aanvreten, zodat hij verdorde. [8] En toen de zon opkwam, liet God een verzengende wind uit het oosten waaien; de zon brandde zo op Jona’s hoofd dat hij door de hitte werd bevangen. Hij bad om te mogen sterven: ‘Ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.’ [9] Maar God zei tegen Jona: ‘Is het terecht dat je zo kwaad bent over die boom?’ Jona antwoordde: ‘Ja, het is terecht dat ik kwaad ben. Was ik maar dood!’ [10] Toen zei de HEER: ‘Als jij al verdriet hebt om die wonderboom, waar jij geen enkele moeite voor hebt hoeven doen en die jij niet hebt laten groeien, een boom die in één nacht opkwam en in één nacht weer verging, [11] zou Ik dan geen verdriet hebben om Nineve, die grote stad, waar meer dan honderdtwintigduizend mensen wonen die het verschil tussen links en rechts niet eens kennen, en dan nog al die dieren?’
Zingen: NLB 316: 1 en 4
1 Het woord dat u ten leven riep
is niet te hoog, is niet te diep
voor mensen die ’t zo traag beamen.
Het is een teken in uw hand,
een licht dat in uw ogen brandt.
Het roept u dag aan dag bij name.
4 Het woord van liefde, vrede en recht
is in uw eigen mond gelegd,
is in uw eigen hart geschreven.
Rondom u klinkt de stem van God:
vrijspraak, vertroosting en gebod,
vlak vóór u ligt de weg ten leven.
Preek
Zingen: NLB 302 (4 coupletten) )
1 God in den hoog’ alleen zij eer
en dank voor zijn genade,
daarom, dat nu en nimmermeer
ons deren nood en schade.
God toont zijn gunst aan ons geslacht.
Hij heeft de vrede weer gebracht;
de strijd heeft thans een einde.
2 U, Vader, U aanbidden wij,
wij zingen U ter ere;
onwrikbaar staat uw heerschappij,
voorgoed zult Gij regeren.
Gij hebt onmetelijke macht,
uw wil wordt onverwijld volbracht.
Die Heer is onze koning.
3 O Jezus, die de Christus zijt,
des Vaders Eengeboren,
Gij hebt ons van de toorn bevrijd
en redt wie was verloren.
Gij, Lam van God, voor ons geslacht,
verhoor ons roepen uit de nacht,
erbarm u over allen.
4 O heil´ge Geest, ons hoogste goed,
ten Trooster ons gegeven,
heb dank dat Gij ons delen doet
in Jezus’ dood en leven.
Beveilig ons in alle nood,
blijf ons nabij in angst en dood,
op U steunt ons vertrouwen.
Dienst van de gebeden
Inzameling van de gaven
De eerste collecte is voor Diaconie.
De tweede collecte is voor Beheer kerk.
De derde collecte is voor de Bloemengroet.
Slotlied: NLB 704 (3 coupletten
1 Dank, dank nu allen God
met hart en mond en handen,
die grote dingen doet
hier en in alle landen,
die ons van kindsbeen aan,
ja, van de moederschoot,
zijn vaderlijke hand
en trouwe liefde bood.
2 Die eeuwig rijke God
moge ons reeds in dit leven
een vrij en vrolijk hart
en milde vrede geven.
Die uit genade ons
behoudt te allen tijd,
is hier en overal
een helper die bevrijdt.
3 Lof, eer en prijs zij God
die troont in ’t licht daarboven.
Hem, Vader, Zoon en Geest
moet heel de schepping loven.
Van Hem, de ene Heer,
gaf het verleden blijk,
het heden zingt zijn eer,
de toekomst is zijn rijk.
Zegen afgesloten met 3 X gezongen ‘Amen’