De Regenboog.               AANVANG 9:30 UUR

Voorganger: dhr. B. Broers, Nieuw Dordrecht

Ouderling: mw. L. Brouwer-Wubs

Organist: dhr. R. Elling, Emmen

ORDE VAN DIENST

Welkom, mededelingen en kaarsen aansteken

Intochtslied: 116: 1, 3, 6           

1  God heb ik lief, want die getrouwe Heer

nam, toen ik riep, met toegenegen oren

mijn woorden aan. Hij zal mij blijven horen

en levenslang ben ik niet eenzaam meer.

3  Hij is goedgunstig in gerechtigheid,

Hij wil zich altijd over ons ontfermen.

Zijn kracht kwam mij, eenvoudige, beschermen.

Rust nu, mijn ziel, de Heer heeft u bevrijd.

6  Hoe zal ik naar geloften, toen gedaan,

nu danken voor de redding van mijn leven?

Ik heb de kelk van ’s Heren heil geheven

en noem voor heel het volk zijn grote naam.

Bemoediging en groet

Kyriegebed afgesloten met lied 130C  1,1,3    Na :  “Zo bidden wij zingend”

1  Uit de diepten roep ik U

Heer, mijn God.

Ik heb U nodig, Here luister

nu ik schor gebeden fluister,

luister toch,

Heer, luister toch.

“Zo bidden wij zingend”

1  Uit de diepten roep ik U

Heer, mijn God.

Ik heb U nodig, Here luister

nu ik schor gebeden fluister,

luister toch,

Heer, luister toch.

“Zo bidden wij zingend”

3  Ik blijf wachten tot U komt,

Heer, mijn God.

Ik blijf nog sterker op U wachten

dan een mens in lange nachten

wacht op licht,

het morgenlicht.

Glorialied: 33: 1 en 4        

1  Kom nu met zang en roer de snaren,

gij volk, dat leeft van ’s Heren recht.

Hijzelf heeft zijn getrouwe scharen

een lofzang in de mond gelegd.

Word’ als nooit tevoren, / door wie Hem behoren

‘t feestlied ingezet!

Meld de blijde mare, / bij de klank der snaren,

steek de loftrompet.

4  Wat ook de volkeren beramen,

Hij slaat het stuk met sterke hand.

Hij zal hun trots beraad beschamen,

zijn raadsbesluit houdt eeuwig stand.

Heel het mensenleven, / aller volken streven

rust in Gods beleid.

Zalig die Hem eren, / ’t volk, het erf des Heren,

nu en voor altijd.

Gebed bij het openen van de schrift

Kindernevendienst: als er kinderen zijn: zingen we :”Wij gaan voor even uit elkaar”

1  Wij gaan voor even uit elkaar

en delen nu het licht.

Dat licht vertelt ons iets van God.

Op Hem zijn wij gericht.      

2  Wij geven Gods verhalen door.

En wie zich openstelt

ervaart misschien een beetje licht

door wat er wordt verteld.

3  Straks zoeken wij elkaar weer op

en elk heeft zijn verhaal.

Het licht verbindt ons met elkaar:

het is voor allemaal.

1e Lezing: Jesaja: 43 1-13

1Welnu, dit zegt de HEER, die jou schiep, Jakob, die jou vormde, Israël: Wees niet bang, want Ik zal je vrijkopen, Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van Mij! 2Moet je door het water gaan – Ik ben bij je; of door rivieren – je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien. 3Want Ik, de HEER, ben je God, de Heilige van Israël, je redder.

Voor jou geef Ik Egypte als losgeld, Nubië en Seba ruil Ik in tegen jou. 4Jij bent zo kostbaar in mijn ogen, zo waardevol, en Ik houd zo veel van je dat Ik de mensheid geef in ruil voor jou, ja alle volken om jou te behouden. 5Wees niet bang, want Ik ben bij je. Ik haal je nakomelingen uit het oosten terug, uit het westen breng Ik jullie bijeen. 6Tegen het noorden zeg Ik: Geef hier! Het zuiden gebied Ik: Laat los!  Breng mijn zonen terug van verre, mijn dochters van de einden der aarde, 7allen over wie mijn naam is uitgeroepen, en die Ik omwille van mijn majesteit geschapen heb, gemaakt en gevormd. 8Laat dit volk naar voren treden, een blind volk, ook al heeft het ogen, doof, ook al heeft het oren. 9Alle volken zullen zich verzamelen, alle naties komen bijeen. Wie van hun goden heeft aangekondigd wat eertijds nog te gebeuren stond? Laten zij getuigen leveren om hun gelijk te bewijzen, opdat ieder die hen hoort zal zeggen: ‘Het is zo!’ 10Mijn getuige zijn jullie – spreekt de HEER –,

mijn dienaar, die Ik uitgekozen heb opdat jullie Mij zouden kennen en vertrouwen, en zouden inzien dat Ik het ben. Vóór Mij is er geen god gevormd, en na Mij zal er geen zijn. 11Ik, Ik ben de HEER! Buiten Mij is er niemand die redt. 12Ik heb redding aangekondigd en redding  gebracht, jullie hoorden het van Mij, niet van een vreemde. Jullie zijn mijn getuige – spreekt de HEER –, dat Ik alleen God ben 13 en dat Ik blijf wat Ik ben. Wanneer Ik mijn macht laat gelden is er niemand die redding bieden kan. Wat Ik tot stand breng, wie maakt het ongedaan?

Lied 644: 1 en 2              

1  Terwijl wij Hem bewenen,

omdat Hij van ons ging,

is Hij aan ons verschenen

in zijn verheerlijking.

2  Terwijl wij om Hem treuren,

toont Hij ons hand en voet.

Hij komt door dichte deuren,

Hij spreekt zijn vredegroet.

Johannes 21: 1-14

1Hierna verscheen Jezus weer aan de leerlingen, nu bij het Meer van Tiberias. Dat gebeurde als volgt. 2Bij het meer waren Simon Petrus en Tomas (dat is Didymus, ‘tweeling’), Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee andere leerlingen. 3Simon Petrus zei: ‘Ik ga vissen.’ ‘Wij gaan met je mee,’ zeiden de anderen. Ze stapten in de boot, maar de hele nacht vingen ze niets. 4Toen het al ochtend werd, stond Jezus op de oever. Maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was. 5Hij riep: ‘Hebben jullie iets te eten, jongens?’ ‘Nee,’ antwoordden ze. 6‘Gooi het net uit aan de rechterkant van het schip,’ riep Jezus, ‘dan lukt het wel.’ Ze wierpen het net uit, en er zat zo veel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken. 7De leerling van wie Jezus veel hield zei tegen Petrus: ‘Het is de Heer!’ Zodra Simon Petrus dat hoorde, deed hij zijn bovenkleed aan – want hij was nauwelijks gekleed – en sprong in het water. 8De andere leerlingen kwamen met de boot en sleepten het net vol vis achter zich aan. Ze waren niet ver van de oever, ongeveer tweehonderd el. 9Toen ze aan land kwamen zagen ze een vuurtje met vis erop en brood. 10Jezus zei: ‘Breng ook wat van de vis die jullie daarnet gevangen hebben.’ 11Simon Petrus ging weer aan boord en trok het net aan land. Het zat vol grote vissen, welgeteld honderddrieënvijftig, en toch scheurde het niet. 12Jezus zei tegen hen: ‘Kom, eet iets.’ Geen van de leerlingen durfde Hem te vragen wie Hij was, ze begrepen dat het de Heer was. 13Jezus nam het brood en gaf hun ervan, en Hij gaf hun ook vis. 14Dit was al de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen nadat Hij uit de dood was opgestaan.

Lied 644: 3, 4 en 5

3  Terwijl wij van Hem spreken,

is Hij in onze kring

om ons het brood te breken

van zijn verkondiging.

4  Opdat wij zouden weten,

wat ons te hopen staat,

vraagt Hij ons om te eten:

een vis, een honingraat.

5  Hij is de Heer en koning,

die eeuwig bij ons is.

Zijn woorden zijn als honing,

zijn naam is als een vis.

Overdenking.

Lied 939               

1  Op U alleen, mijn licht, mijn kracht,

stel ik mijn hoop. U zorgt voor mij.

Door golven heen, door storm en nacht

leidt mij uw hand. U blijft nabij.

Uw vrede diep, uw liefde groot

verjaagt mijn angst, verdrijft de dood.

Mijn vaste rots, mijn fundament,

U bent de grond waarop ik sta.

2  U werd een mens, U daalde neer

in onze pijn en schuld en strijd.

U droeg de last, verrezen Heer

die ons van elke vloek bevrijdt:

U sloeg de zonden aan het kruis

en brengt ons bij de Vader thuis;

want door uw bloed, uw levenskracht

komen wij vrij voor God te staan.

3  Van eerste kreet tot laatste zucht

leef ik in U, en U in mij.

Geen boze macht, geen kwaad gerucht,

niets is er dat mij van U scheidt.

Want U regeert, U overwint,

U neemt mij aan. Ik ben Gods kind.

Totdat U komt, mij roept voorgoed,

bent U het doel van mijn bestaan.

Dankgebed en voorbeden

Onze Vader

Onze Vader die in de hemelen zijt,

uw naam worde geheiligd;

uw Koninkrijk kome;

uw wil geschiede,

gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood;

en vergeef ons onze schulden,

gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;

en leid ons niet in verzoeking,

maar verlos ons van de boze.

Want van u is het Koninkrijk en de kracht

en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen.

Collectemoment:  De collectezakken hangen in de hal

De eerste collectezak is voor de Diaconie

De tweede collectezak is voor Beheer Kerk

De derde collectezak is voor Kerk in Actie ( KIA ) Noodhulp Myanmar

Slotlied: Lied 315: 1         

1  Heb dank, o God van alle leven,

die zijt alleen Uzelf bekend,

dat Gij uw woord ons hebt gegeven,

uw licht en liefde ons toegewend.

Nu rijst uit elke nacht uw morgen,

nu wijkt uw troost niet meer van de aard,

en wat voor wijzen bleef verborgen

werd kinderen geopenbaard.

Zegen:

Lied 415: 3           

3  Amen, amen, amen!

Dat wij niet beschamen

Jezus Christus onze Heer,

amen, God, uw naam ter eer!

Orgelspel

Collecten