liturgie 28 juni 2026
in De Hoeksteen te Valthermond
Aanvang 9:30 uur
Welkom en mededelingen
Psalm 121: 1, 2
Votum en groet
Psalm 121: 3 en 4
Inleiding thema
Gebeden
Lied 117 d 2 x herhalen
Schriftlezing Jesaja 3:25 tot en met 4:6
[25] Sions mannen zullen vallen door het zwaard, haar soldaten sneuvelen in de strijd.
[26] Haar poorten zullen weeklagen en rouwen, berooid hurkt Sion neer op de grond.
[1] Op die dag storten zeven vrouwen zich op één man: ‘Wij zullen zelf voor ons voedsel zorgen en in onze eigen kleding voorzien. Laat ons slechts uw naam dragen, neem de schande van ons weg.’
De HEER vernieuwt Jeruzalem
[2] Op die dag zal wat de HEER laat ontspruiten een kostbaar sieraad zijn. De rijke vrucht van het land zal elke Israëliet die ontkomen is met trots vervullen. [3] Ieder die nog in Sion over is, ieder die in Jeruzalem is achtergebleven, zal heilig genoemd worden, alle mensen in Jeruzalem die ten leven opgeschreven zijn. [4] Wanneer de HEER het vuil van Sions vrouwen heeft weggewassen en het bloed van Jeruzalem heeft afgespoeld, door een zuiver oordeel en een zuiverend vuur, [5] dan zal Hij boven de plaats waar de Sion ligt en waar men bijeenkomt, een wolk scheppen voor overdag en een lichtend vuur met rook en vlammen voor de nacht. Die zullen de luister van de Sion overdekken, [6] als een hut die schaduw biedt in de hitte van de dag, en een schuilplaats tegen storm en regen.
Lied 756:1,3,4,5
Schriftlezing Marcus 5:21-43
[21] Toen Jezus weer met de boot was overgestoken, verzamelde er zich een grote menigte bij Hem, en Hij bleef aan het meer. [22] Een van de leiders van de synagoge, die Jaïrus heette, kwam naar Hem toe, en toen hij Jezus zag viel hij aan zijn voeten neer. [23] Hij smeekte Hem dringend: ‘Mijn dochter ligt op sterven; kom haar de handen opleggen om haar te redden en te zorgen dat ze in leven blijft.’ [24] Hij ging met hem mee. Een grote menigte volgde Hem en verdrong zich om Hem heen. [25] Onder hen was ook een vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies leed. [26] Ze had veel ellende doorgemaakt door de behandeling van allerlei artsen, aan wie ze haar hele vermogen had uitgegeven zonder dat ze ergens baat bij had gehad; integendeel, ze was alleen maar achteruitgegaan. [27] Ze had gehoord over Jezus, en ze begaf zich tussen de menigte en raakte zijn mantel van achteren aan, [28] want ze dacht: Als ik alleen zijn kleren maar kan aanraken, zal ik genezen. [29] En meteen hield het bloed op te vloeien en merkte ze aan haar lichaam dat ze van de kwaal genezen was.
[30] Op hetzelfde ogenblik werd Jezus zich ervan bewust dat er kracht van Hem was uitgegaan. Midden in de menigte draaide Hij zich om en vroeg: ‘Wie heeft mijn kleren aangeraakt?’ [31] Zijn leerlingen zeiden tegen Hem: ‘U ziet dat de menigte zich om U verdringt en dan vraagt U: “Wie heeft Mij aangeraakt?”’
[32] Maar Hij keek om zich heen om te zien wie het gedaan had. [33] De vrouw, die bang was geworden en stond te trillen omdat ze wist wat er met haar was gebeurd, kwam naar Hem toe en viel voor Hem neer en vertelde Hem de hele waarheid. [34] Toen zei Hij tegen haar: ‘Uw geloof heeft u gered, mijn dochter; ga in vrede, u bent van uw kwaal genezen.’
[35] Nog voor Hij uitgesproken was, kwamen enkele mensen tegen de leider van de synagoge zeggen: ‘Uw dochter is gestorven, waarom valt u de meester nog lastig?’ [36] Maar Jezus hoorde dat en zei tegen de leider van de synagoge: ‘Wees niet bang, maar blijf geloven.’
[37] Hij stond niemand toe om met Hem mee te gaan, behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus. [38] Ze kwamen bij het huis van de leider van de synagoge en zagen daar een groep mensen die luid stonden te huilen en te weeklagen. [39] Hij ging naar binnen en zei tegen hen: ‘Waarom maken jullie zo’n misbaar en huilen jullie? Het kind is niet gestorven, het slaapt.’ [40] Ze lachten Hem uit. Maar Hij stuurde hen allemaal naar buiten en ging met de vader en moeder van het kind en de leerlingen die bij Hem waren de kamer binnen waar het kind lag. [41] Hij pakte de hand van het kind vast en zei tegen haar: ‘Talita koem!’ In onze taal betekent dat: ‘Meisje, Ik zeg je, sta op!’ [42] Meteen stond het meisje op en begon heen en weer te lopen. Ze was twaalf jaar. Iedereen was met stomheid geslagen. [43] Hij drukte hun op het hart dat niemand dit te weten mocht komen, en zei dat ze haar iets te eten moesten geven.
Lied 855
Overdenking
Youtube Lied 647 Voor mensen die naamloos Elbert Smelt
Voorbede en dank gebed
Lied 146c; 1, 6, 7
Wegzending en zegen