Orde van dienst op 25 oktober in De Regenboog te Ter Apel.  Aanvang 10.00 uur.

Voorganger: ds. A. van Elten, Nw. Weerdinge

Ouderling:    mw. L. Brouwer-Wubs

Organist:      dhr. M. Wubs, Stadskanaal

Welkom en afkondigingen door de ouderling van dienst

Intochtlied: Psalm 33: 3 en 8

3  Hij stuwt het water op tot muren, 

de zee staat als een sterke wand. 

Hij sluit de oervloed in zijn schuren 

en weert ze van het vaste land. 

Laat in heilig beven / wie op aarde leven 

vrezen voor Gods raad. 

Hij hoeft maar te spreken, / Hij geeft maar een teken: 

wat Hij wil ontstaat. 

8  Wij wachten stil op Gods ontferming, 

ons hart heeft zich in Hem verheugd. 

Hij komt te hulp en geeft bescherming, 

zijn heil’ge naam is onze vreugd. 

Laat te allen tijde / uwe liefd’ons leiden, 

uw barmhartigheid. 

God, op wie wij wachten, / geef ons moed en krachten 

nu en voor altijd. 

Stilte – Bemoediging en Groet

Zingen: Lied 280: 1, 2, 4 en 5 De vreugde voert ons naar dit huis

1  De vreugde voert ons naar dit huis

waar ’t woord aan ons geschiedt.

God roept zijn naam over ons uit

en wekt in ons het lied.

2  Dit huis van hout en steen, dat lang

de stormen heeft doorstaan,

waar nog de wolk gebeden hangt

van wie zijn voorgegaan,

4  Zal dit een huis, een plaats zijn waar

de hemel open gaat,

waar Gij ons met uw eng’len troost,

waar Gij U vinden laat?

5  Onthul ons dan uw aangezicht,

uw naam, die mét ons gaat

en heilig ons hier met uw licht,

uw voorbedachte raad.

Wet en belofte: Micha 6: 8 HSV 2010

8 Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is en wat de  HEERE van u vraagt: niets anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God.

Zingen: Lied 221: 2 en 3 Zo vriendelijk en veilig als het licht

2  Want waar ben ik, als Gij niet wijd en zijd

waakt over mij en over al mijn gangen.

Wie zou ik worden, waart Gij niet bereid

om, als ik val, mij telkens op te vangen.

Ik leef niet echt, als Gij niet met mij zijt.

Ik moet in lief en leed naar U verlangen.

3  Spreek Gij het woord dat mij vertroosting geeft,

dat mij bevrijdt en opneemt in uw vrede.

Ontsteek die vreugde die geen einde heeft,

wil alle liefde aan uw mens besteden.

Wees Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft –

Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden.

Gebed

Kinderen naar de kinderdienst  ( als er kinderen zijn, zingen we  het Lichtlied )

1  Wij gaan voor even uit elkaar

en delen nu het licht.

Dat licht vertelt ons iets van God.

Op Hem zijn wij gericht.      

2  Wij geven Gods verhalen door.

En wie zich openstelt

ervaart misschien een beetje licht

door wat er wordt verteld.

3  Straks zoeken wij elkaar weer op

en elk heeft zijn verhaal.

Het licht verbindt ons met elkaar:

het is voor allemaal.

Schriftlezing: Psalm 130 HSV 2010

1 Een pelgrimslied.

Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE;

2 Heere, hoor naar mijn stem.

Laat Uw oren opmerkzaam zijn

op mijn luide smeekbeden.

3 Als U, HEERE, op de ongerechtigheden let,

Heere, wie zal staande blijven?

4 Maar bij U is vergeving,

opdat U gevreesd wordt.

5 Ik verwacht de HEERE, mijn ziel verwacht Hem

en ik hoop op Zijn woord.

6 Mijn ziel wacht op de Heere,

meer dan wachters op de morgen,

wachters op de morgen.

7 Laat Israël hopen op de HEERE,

want bij de HEERE is goedertierenheid

en bij Hem is veel verlossing.

8 Ja, Hij zal Israël verlossen

van al zijn ongerechtigheden.

Zingen: Psalm 130: 3 en 4

3  Ik heb mijn hoop gevestigd

op God de Heer die hoort.

Mijn hart, hoezeer onrustig,

wacht zijn verlossend woord.

Nog meer dan in de nachten

wachters het morgenlicht,

blijf ik, o Heer, verwachten

uw lichtend aangezicht.

4  Gij al Gods bondgenoten,

zie naar zijn toekomst uit!

De Heer is vast besloten

tot goedertierenheid!

Hoort aan de goede tijding:

Hij geeft in zijn geduld

aan Israël bevrijding

van onrecht en van schuld.

Verkondiging

Zingen: Psalm 42: 4 en 7

4  Zie, gekerkerd in verlangen,

balling ver van waar Gij woont,

houden bergen mij gevangen,

waar uw heerlijkheid niet troont.

Watervloed roept watervloed.

Aller diepten euvelmoed

heeft mij met geweld bedolven:

al uw baren, al uw golven!

7  Hart, onrustig, vol van zorgen,

vleugellam geslagen ziel,

hoop op God en wees geborgen.

Hij verheft wie nederviel.

Eens verschijn ik voor de Heer,

vindt mijn ziel het danklied weer:

Hij, mijn God, Hij heeft mijn leven

altijd aan de dood ontheven.

Dankzegging en voorbede

Inzameling gaven ( de collectezakken staan bij de uitgang )

De eerste collectezak is voor Diaconie

De tweede collectezak is voor beheer Kerk

De derde collectezak is voor Bijbelzondag

Slotlied: Ev. liedbundel 174: 1, 2 en 3

1  Leid, vriend’lijk Licht, mij als een trouwe wacht,

leid Gij mij voort!

’k Ben ver van huis en donker is de nacht,

leid Gij mij voort!

Schoon ook de toekomst mij verborgen zij,

licht stap voor stap mij met uw schijnsel bij.

2  Niet immer sprak mijn ziel zo stil tot U:

”Leid Gij mij voort!”

Ik liep mijn weg bij eigen licht, maar nu:

leid Gij mij voort!

Mijn zonlicht zonk, maar ach, mijn hoogmoed liet

mijn hart geen rust en ’k vond uw vrede niet.

3  Schenk mij uw zegen, toon m’ uw wondermacht,   

en leid mij voort

langs ’t smalle pad, tot in de donk’re nacht

de morgen gloort.

Dan lacht mij toe der eng’len trouwe wacht,

die mij geleidd’ en mij heeft thuis gebracht.

Uitzending en zegen

Zingen na de zegen: Lied 416: 4

4  Ga met God en Hij zal met je zijn

tot wij weer elkaar ontmoeten,

in zijn naam elkaar begroeten.

Ga met God en Hij zal met je zijn.

Orgelspel

Collectes