liturgie 25 oktober 2026
Orde van dienst op 25 oktober in De Regenboog te Ter Apel. Aanvang 10.00 uur.

Voorganger: ds. A. van Elten, Nw. Weerdinge
Ouderling: mw. L. Brouwer-Wubs
Organist: dhr. M. Wubs, Stadskanaal
Welkom en afkondigingen door de ouderling van dienst
Intochtlied: Psalm 33: 3 en 8
3 Hij stuwt het water op tot muren,
de zee staat als een sterke wand.
Hij sluit de oervloed in zijn schuren
en weert ze van het vaste land.
Laat in heilig beven / wie op aarde leven
vrezen voor Gods raad.
Hij hoeft maar te spreken, / Hij geeft maar een teken:
wat Hij wil ontstaat.
8 Wij wachten stil op Gods ontferming,
ons hart heeft zich in Hem verheugd.
Hij komt te hulp en geeft bescherming,
zijn heil’ge naam is onze vreugd.
Laat te allen tijde / uwe liefd’ons leiden,
uw barmhartigheid.
God, op wie wij wachten, / geef ons moed en krachten
nu en voor altijd.
Stilte – Bemoediging en Groet
Zingen: Lied 280: 1, 2, 4 en 5 De vreugde voert ons naar dit huis
1 De vreugde voert ons naar dit huis
waar ’t woord aan ons geschiedt.
God roept zijn naam over ons uit
en wekt in ons het lied.
2 Dit huis van hout en steen, dat lang
de stormen heeft doorstaan,
waar nog de wolk gebeden hangt
van wie zijn voorgegaan,
4 Zal dit een huis, een plaats zijn waar
de hemel open gaat,
waar Gij ons met uw eng’len troost,
waar Gij U vinden laat?
5 Onthul ons dan uw aangezicht,
uw naam, die mét ons gaat
en heilig ons hier met uw licht,
uw voorbedachte raad.
Wet en belofte: Micha 6: 8 HSV 2010
8 Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is en wat de HEERE van u vraagt: niets anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God.
Zingen: Lied 221: 2 en 3 Zo vriendelijk en veilig als het licht
2 Want waar ben ik, als Gij niet wijd en zijd
waakt over mij en over al mijn gangen.
Wie zou ik worden, waart Gij niet bereid
om, als ik val, mij telkens op te vangen.
Ik leef niet echt, als Gij niet met mij zijt.
Ik moet in lief en leed naar U verlangen.
3 Spreek Gij het woord dat mij vertroosting geeft,
dat mij bevrijdt en opneemt in uw vrede.
Ontsteek die vreugde die geen einde heeft,
wil alle liefde aan uw mens besteden.
Wees Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft –
Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden.
Gebed
Kinderen naar de kinderdienst ( als er kinderen zijn, zingen we het Lichtlied )
1 Wij gaan voor even uit elkaar
en delen nu het licht.
Dat licht vertelt ons iets van God.
Op Hem zijn wij gericht.
2 Wij geven Gods verhalen door.
En wie zich openstelt
ervaart misschien een beetje licht
door wat er wordt verteld.
3 Straks zoeken wij elkaar weer op
en elk heeft zijn verhaal.
Het licht verbindt ons met elkaar:
het is voor allemaal.
Schriftlezing: Psalm 130 HSV 2010
1 Een pelgrimslied.
Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE;
2 Heere, hoor naar mijn stem.
Laat Uw oren opmerkzaam zijn
op mijn luide smeekbeden.
3 Als U, HEERE, op de ongerechtigheden let,
Heere, wie zal staande blijven?
4 Maar bij U is vergeving,
opdat U gevreesd wordt.
5 Ik verwacht de HEERE, mijn ziel verwacht Hem
en ik hoop op Zijn woord.
6 Mijn ziel wacht op de Heere,
meer dan wachters op de morgen,
wachters op de morgen.
7 Laat Israël hopen op de HEERE,
want bij de HEERE is goedertierenheid
en bij Hem is veel verlossing.
8 Ja, Hij zal Israël verlossen
van al zijn ongerechtigheden.
Zingen: Psalm 130: 3 en 4
3 Ik heb mijn hoop gevestigd
op God de Heer die hoort.
Mijn hart, hoezeer onrustig,
wacht zijn verlossend woord.
Nog meer dan in de nachten
wachters het morgenlicht,
blijf ik, o Heer, verwachten
uw lichtend aangezicht.
4 Gij al Gods bondgenoten,
zie naar zijn toekomst uit!
De Heer is vast besloten
tot goedertierenheid!
Hoort aan de goede tijding:
Hij geeft in zijn geduld
aan Israël bevrijding
van onrecht en van schuld.
Verkondiging
Zingen: Psalm 42: 4 en 7
4 Zie, gekerkerd in verlangen,
balling ver van waar Gij woont,
houden bergen mij gevangen,
waar uw heerlijkheid niet troont.
Watervloed roept watervloed.
Aller diepten euvelmoed
heeft mij met geweld bedolven:
al uw baren, al uw golven!
7 Hart, onrustig, vol van zorgen,
vleugellam geslagen ziel,
hoop op God en wees geborgen.
Hij verheft wie nederviel.
Eens verschijn ik voor de Heer,
vindt mijn ziel het danklied weer:
Hij, mijn God, Hij heeft mijn leven
altijd aan de dood ontheven.
Dankzegging en voorbede
Inzameling gaven ( de collectezakken staan bij de uitgang )
De eerste collectezak is voor Diaconie
De tweede collectezak is voor beheer Kerk
De derde collectezak is voor Bijbelzondag
Slotlied: Ev. liedbundel 174: 1, 2 en 3
1 Leid, vriend’lijk Licht, mij als een trouwe wacht,
leid Gij mij voort!
’k Ben ver van huis en donker is de nacht,
leid Gij mij voort!
Schoon ook de toekomst mij verborgen zij,
licht stap voor stap mij met uw schijnsel bij.
2 Niet immer sprak mijn ziel zo stil tot U:
”Leid Gij mij voort!”
Ik liep mijn weg bij eigen licht, maar nu:
leid Gij mij voort!
Mijn zonlicht zonk, maar ach, mijn hoogmoed liet
mijn hart geen rust en ’k vond uw vrede niet.
3 Schenk mij uw zegen, toon m’ uw wondermacht,
en leid mij voort
langs ’t smalle pad, tot in de donk’re nacht
de morgen gloort.
Dan lacht mij toe der eng’len trouwe wacht,
die mij geleidd’ en mij heeft thuis gebracht.
Uitzending en zegen
Zingen na de zegen: Lied 416: 4
4 Ga met God en Hij zal met je zijn
tot wij weer elkaar ontmoeten,
in zijn naam elkaar begroeten.
Ga met God en Hij zal met je zijn.
Orgelspel
Collectes