Orde van dienst voor zondag 23 maart 2025 –  bevestiging van Aukje Nuus tot ouderling

Derde zondag Veertigdagentijd – Lucas 13:1-9

Voorganger: ds. E. v/d Meulen

Ouderling:     dhr. A. Olthof

Organist:       dhr. A. Verhart        

DIENST VAN DE VOORBEREIDING

Welkom en mededelingen

Uitleg bij de liturgische schikking

Intochtslied: Psalm 84:1,3,5,6

1

Hoe lieflijk, hoe goed is mij, Heer,

het huis waar Gij uw naam en eer

hebt laten wonen bij de mensen.

Hoe brand ik van verlangen om

te komen in uw heiligdom.

Wat zou mijn hart nog liever wensen

dan dat het juichend U ontmoet

die leven zijt en leven doet.

3

Welzalig die uit uw kracht leeft,

die naar uw tempel zich begeeft,

zijn hart wijst hem de rechte wegen.

Zij trekken op van overal

en, gaat het door het dorre dal,

dan valt op hen een milde regen.

Ja, in het hart van de woestijn

ontspringt een heldere fontein.

5

O Here, ons schild van omhoog,

zie neder met een gunstig oog

op uw gezalfde in uw tempel.

Eén dag in uw paleis is meer

dan duizend elders. Ik verkeer

veel liever nederig aan uw drempel

dan dat ik aanzit, hooggeacht

waar men den Here God veracht.

6

Want God onze Heer die ons mild

bestraalt als zon, beschermt als schild,

zal in genade ons verhogen.

Zijn hand onthoudt het goede niet

aan wie oprecht Hem hulde biedt

en eerlijk wandelt voor zijn ogen.

Heer, die het al in handen houdt,

welzalig die op U vertrouwt.

Stil gebed

Bemoediging en groet

Zingen: Abba Vader (Lied 886)

2

Abba, Vader, U alleen,

U behoor ik toe.

U alleen doorgrondt mijn hart,

U behoort het toe.

Laat mijn hart steeds vurig zijn,

U laat nooit alleen

Abba, Vader, U alleen,

U behoor ik toe.

Kyriegebed voor de nood in de wereld

Zingen: Hij kwam bij ons heel gewoon (Hemelhoog 181:1-4)

1

Hij kwam bij ons, heel gewoon,

de Zoon van God als mensenzoon.

Hij diende ons als een knecht

en heeft zijn leven afgelegd.

Zie onze God,

de Koningknecht.

Hij heeft zijn leven afgelegd.

Zijn voorbeeld roept

om te dienen iedere dag,

gedragen door

zijn liefd’ en kracht.

2

En in de tuin van de pijn

verkoos Hij als een lam te zijn,

verscheurd door angst en verdriet

maar toch zei Hij ‘Uw wil geschied’.

Zie onze God,

de Koningknecht.

Hij heeft zijn leven afgelegd.

Zijn voorbeeld roept

om te dienen iedere dag,

gedragen door

zijn liefd’ en kracht.

3

Zie je de wonden zo diep.

De hand die aard’ en hemel schiep,

vergaf de hand die Hem sloeg;

de Man, die onze zonden droeg.

Zie onze God,

de Koningknecht.

Hij heeft zijn leven afgelegd.

Zijn voorbeeld roept

om te dienen iedere dag,

gedragen door

zijn liefd’ en kracht.

4

Wij willen worden als Hij.

Elkanders lasten dragen wij.

Wie is er need’rig en klein?

Die zal bij ons de grootste zijn.

Zie onze God,

de Koningknecht.

Hij heeft zijn leven afgelegd.

Zijn voorbeeld roept

om te dienen iedere dag,

gedragen door

zijn liefd’ en kracht.

Gebed bij de opening van het Woord

Kinderlied: Wij gaan voor even uit elkaar (als er kinderen zijn)

1    

Wij gaan voor even uit elkaar

en delen nu het licht.

Dat licht vertelt ons iets van God.

Op Hem zijn wij gericht.       

2    

Wij geven Gods verhalen door.

En wie zich openstelt

ervaart misschien een beetje licht

door wat er wordt verteld.

3    

Straks zoeken wij elkaar weer op

en elk heeft zijn verhaal.

Het licht verbindt ons met elkaar:

het is voor allemaal.

DIENST VAN HET WOORD

Lezing: Lucas 13:1-9

[1] Er waren op dat moment ook enkele mensen aanwezig die Hem vertelden over de Galileeërs van wie Pilatus het bloed vermengd had met dat van hun offerdieren. [2] Hij zei tegen hen: ‘Denken jullie dat die Galileeërs grotere zondaars waren dan alle andere Galileeërs, omdat ze dat lot ondergaan hebben? [3] Zeker niet, zeg Ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal op dezelfde wijze omkomen. [4] Of die achttien die stierven doordat de Siloamtoren op hen viel – denken jullie dat zij schuldiger waren dan alle andere mensen die in Jeruzalem wonen? [5] Zeker niet, zeg Ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij.’

[6] Hij vertelde hun deze gelijkenis: ‘Iemand had een vijgenboom in zijn wijngaard geplant en ging kijken of de boom vrucht droeg, maar hij vond geen vijgen. [7] Hij zei tegen de wijngaardenier: “Al drie jaar kom ik kijken of die vijgenboom vrucht draagt, maar tevergeefs. Hak hem maar om, want hij put alleen maar de grond uit.” [8] Maar de wijngaardenier zei: “Heer, laat hem ook dit jaar nog met rust, tot ik de grond eromheen heb omgespit en hem mest heb gegeven. [9] Misschien zal hij dan het komende jaar vrucht dragen, en zo niet, dan kunt u hem alsnog omhakken.”’

Zingen: Wat zijn de goede vruchten (Lied 841:1,2)

1

Wat zijn de goede vruchten,

die groeien aan de Geest?

De liefde en de vreugde,

de vrede allermeest,

geduld om te verdragen

en goedertierenheid,

geloof om veel te vragen,

te vragen honderd-uit;

2

geloof om veel te geven,

te geven honderd-in,

wij zullen leren leven

van de verwondering:

dit leven, deze aarde,

de adem in en uit,

het is van Gods genade

en zijn lankmoedigheid.

Verkondiging

Orgelspel

Zingen: Wanneer ik zoek naar woorden (Lied 894:1-4)

1

Wanneer ik zoek naar woorden en niets dan stilte vind,

dan weet ik: Heer, Gij hoorde één stem – uw eigen kind.

Uw adem wekt mijn leven, uw liefde kleurt mijn bloed;

mijn stilte is vergeven, mijn zwijgen keurt Gij goed.

2

Wanneer ik zoek naar zinnen en bid om een gebed,

niet weet hoe te beginnen, niet spreek, in stil verzet,

dan roep ik mij te binnen uw stem, o Christus – Gij,

Gij zult eens overwinnen de tegenstem in mij.

3

Wanneer ik zoek te zeggen al wat er in mij leeft

maar zich niet uit laat leggen en zich niet open geeft,

dan ben ik al gevonden voordat ik U niet vind;

dan bidt met duizend monden de Geest, vol vuur en wind.

4

Wanneer ik zoek naar woorden is mij uw woord genoeg;

dat woord, dat wij eens hoorden, dat woord, dat mij al droeg,

dat zal mij blijven dragen – mij maakt geen stilte bang;

slechts dit wilt Gij mij vragen: dat ik naar U verlang.

BEVESTIGING AMBTSDRAGER

Presentatie

Opdracht

In het leven van de kerkelijke gemeente heeft onze Heer Jezus Christus aan ieder talenten gegeven. Uit het midden van de gemeente worden mensen geroepen tot een bijzondere taak, zoals het ambt van ouderling.

Op deze manier rusten we elkaar toe om in de wereld getuigenis af te leggen van de hoop die in ons is en om het lichaam van Christus op te bouwen.

Zij mogen dit werk verrichten, in navolging van onze Heer Jezus Christus,

die niet gekomen is om zich te láten dienen

maar om te dienen.

Het ambt van ouderling heeft zijn wortels in het Oude Testament.

Daar waren het de oudsten in Israël die het volk vertegenwoordig­den

en het opzicht hadden over de gemeente van God.

Zo kennen wij in de gemeente van Christus ouderlingen

om de gemeente te houden aan haar roeping:

een koninkrijk van priesters en een heilig volk te zijn.

Ze treden op als vertrouwenspersoon en geweten van de gemeente;

ze bemoedigen, in de navolging van Christus, hun medegelovigen;

belangeloos zoeken ze mensen op.

De predikant in de gemeente heeft hun hulp nodig om zelf de opdracht van de Goede Herder ‘Hoed mijn schapen’ te kunnen vervullen.

Alle ambtsdragers samen vormen de kerkenraad.

Het is hun verantwoordelijkheid

om, in samenspraak met de gemeente, ervoor zorg te dragen

dat er gevierd en geleerd wordt in de erediensten;

dat we niet voor onszelf leven, maar dat we de ander dienen

en dat we elkaar bij de heilsgeheimen bewaren:

vóór alle dingen zoeken wij immers

Gods koninkrijk en zijn gerechtigheid.

Aukje, je hebt van harte laten weten dat je dit ambtswerk wilt aanvaarden:

vergeet dan niet dat het Christus’ eigen kudde is, die je zult dienen.

Christus heeft zijn leven gegeven voor deze mensen, – het is Zíjn kerk.

Aanvaard dan je dienst met blijdschap;

voed jezelf met het Woord van God, volhard in het gebed

en als je het moeilijk vindt, vertrouw dan op de kracht van de Heilige Geest.

CLIP: Wil je opstaan en Mij volgen? (Hemelhoog 386) via  You Tube

Gebed

Gelofte

Ben je er ten volle van overtuigd,

dat God zelf je dóór Zijn gemeente tot deze dienst heeft geroepen?

Aanvaard je de bijbel, bij het licht waar­van wij leven, als enige regel van het geloof, en wil je alles wat daarmee strijdig is, verwerpen en daadwerkelijk tegenstaan?

Beloof je je ambt trouw te bedienen, met liefde voor de gemeente en voor álle mensen die de Heer op je weg brengt?

Beloof je ook om voorgoed geheim te houden wat je vertrouwelijk wordt toevertrouwd of tot je kennis is gekomen en beloof je je taak te vervullen overeenkomstig de orde van onze kerk?

Wat is daarop je antwoord?

……………

Bevestiging en zegen

Vraag aan de gemeente: (gemeente gaat staan)

Gemeenteleden van de protestantse gemeente Ter Apel,

Aukje is bevestigd in de kerkenraad van de protestantse gemeente Ter Apel, maar ze maakt daarmee ook deel uit van de Samen kerkenraad, samen met de protestantse gemeente Valthe/Valthermond.

Daarom stel ik aan u allen de volgende vragen:

belooft u haar te aanvaarden,

haar te omringen met uw medeleven,

haar te dragen in uw gebeden

en met haar en alle andere ambtsdragers mee te werken in de dienst aan onze Heer?

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, wat is daarop uw antwoord?

………..

Zingen: Dat ’s Heren zegen op u daal (Lied 363)

1

Dat ’s Heren zegen op u daal’,

zijn gunst uit Sion u bestraal’,

Hij schiep ’t heelal, zijn naam ter eer

looft, looft dan aller heren Heer!

Gedicht: Leer ons luisteren – door Aukje Nuus

Woord van welkom: Anita Haarman (voorzitter van de kerkenraad)

CLIP: Breng ons samen (via You Tube)

DIENST VAN HET ANTWOORD

Danken en voorbeden

Toelichting op de collecte

Slotlied: Zou ik niet van harte zingen (Lied 903:1,2)

1

Zou ik niet van harte zingen

Hem die zozeer mij verblijdt?

Want ik zie in alle dingen

niets dan zijn genegenheid.

Is de hartslag van het leven

niet de liefde van de Heer?

Liefde draagt hen meer en meer,

die in dienst van Hem zich geven.

Alle dingen hebben tijd,

maar Gods liefde eeuwigheid.

2

Als een vogel, die zijn tere

jongen met de vleugels dekt,

zo houdt over mij de Here

zijn beschuttende arm gestrekt.

Alles wendt Hij mij ten goede,

Hij is bij mij nacht en dag,

ja, van voor ik ’t licht nog zag,

ben ik veilig in zijn hoede.

Alle dingen hebben tijd,

maar Gods liefde eeuwigheid.

Heenzending en zegen.