liturgie 19 juli 2026

Orde van dienst voor zondag 19 juli in De Regenboog Ter Apel om 09.30 uur.
Voorganger: ds. G. Brandorff, Hardenberg
Ouderling: mevr. A. Nuus-Koetje
Organist: dhr. A. Verhart, 2e Exloërmond
ORDE VAN DENST
Inleidend Orgelspel
Afkondigingen: door de dienstdoende ouderling
VOORBEREIDING
Intochtslied NLB 347: 1, 2 en 3
1 Here Jezus, wij zijn nu
in het heiligdom verschenen,
met ons kind gaan wij tot U,
wil uw zegen ons verlenen,
waar de roepstem wordt vernomen:
laat de kind’ren tot Mij komen.
2 Herder, neem uw schaapje aan.
Hoofd, maak het een van uw leden.
Wees zijn weg, wijs het zijn baan.
Vredevorst, wees Gij zijn vrede.
Wijnstok, laat dit rankje bloeien,
dat er eens veel vruchten groeien.
3 Al het onz’ is U gewijd,
’t liefste wat G’ ons toevertrouwde
wordt als offer u bereid.
Gij alleen kunt het behouden.
Schrijf de naam door ons gegeven
in het levensboek ten leven.
Voorbereidingswoord en stil persoonlijk gebed
Votum en groet
Klein Gloria
Ere zij de Vader en de Zoon en de heilige Geest,
als in den beginne, nu en immer
en van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Lied NLB 281: 1, 8 en 10
1 Wij zoeken hier uw aangezicht.
God, houd uw oog op ons gericht:
Kyrie eleison!
8 Hij gaat ons voor, is ons vooruit.
De schepping zingt zijn vreugde uit:
Amen. Halleluja!
10 Ontvlam in ons en vuur ons aan!
Getroost zullen wij verder gaan.
Amen. Halleluja!
Gebed
Lied 747: 1 en 2
1 Eens komt de grote zomer
waarin zich ’t hart verblijdt.
God zal op aarde komen
met groene eeuwigheid.
De hemel en de aarde
wordt stralende en puur.
God zal zich openbaren
in heel zijn creatuur.
2 Geen woord kan het bereiken,
het is aan niets gelijk,
met niets te vergelijken
dat schone koninkrijk.
Als God zich openbaren
zal op de jongste dag
dan zullen wij ervaren
wat Hij met ons vermag.
DIENST VAN HET WOORD
Gebed om verlichting door de Heilige Geest bij de opening van het Woord
(Eventueel KND, (kinderen en leiding verlaten de kerk voor KND)
1 Wij gaan voor even uit elkaar
en delen nu het licht.
Dat licht vertelt ons iets van God.
Op Hem zijn wij gericht.
2 Wij geven Gods verhalen door.
En wie zich openstelt
ervaart misschien een beetje licht
door wat er wordt verteld.
3 Straks zoeken wij elkaar weer op
en elk heeft zijn verhaal.
Het licht verbindt ons met elkaar:
het is voor allemaal.
1e schriftlezing OT: Jesaja 40: 12-25
God is onvergelijkbaar
[12] Wie heeft de wateren met holle hand omvat, de hemel met zijn hand gemeten? Wie heeft het stof van de aarde met een maatbeker afgepast? Wie heeft de bergen gewogen op een weegschaal, de heuvels met balans en gewichten? [13] Wie heeft de geest van de HEER gemeten? Heeft iemand Hem ooit raad gegeven? [14] Wie raadpleegt Hij, wie biedt Hem inzicht? Wie leidt Hem op de paden van het recht? Wie leidt Hem naar kennis? Wie toont Hem de weg van het inzicht? [15] In zijn ogen zijn de volken als een druppel in een emmer, als een stofje op een weegschaal; de eilanden weegt Hij als zandkorrels. [16] Zelfs de Libanon levert te weinig hout, te weinig wild voor een brandoffer. [17] De volken betekenen niets in zijn ogen,
voor Hem zijn ze minder dan niets.
[18] Met wie wil je God vergelijken, waarmee is Hij gelijk te stellen? [19] Met een godenbeeld misschien? Dat is door een ambachtsman gemaakt, door een edelsmid overtrokken met goud en zilverbeslag. [20] Met een beeld op een voetstuk? Dat is maar een stuk hout dat niet vermolmt. Iemand heeft het uitgekozen en een vakman gezocht om een godenbeeld te maken dat niet omvalt.
[21] Weet je het niet? Heb je het niet gehoord? Is het je niet van meet af aan verteld? Is het niet al helder sinds de grondvesting van de wereld? [22] Hij troont boven de schijf van de aarde – haar bewoners zijn als sprinkhanen –, Hij spreidt de hemel uit als een doek, spant hem uit als een tent om in te wonen. [23] Hij maakt vorsten nietig, de leiders van de aarde onbeduidend: [24] nauwelijks zijn ze geplant, nauwelijks gezaaid, nauwelijks hebben ze wortel geschoten, of Hij blaast over hen, en ze verdorren en de stormwind neemt hen op als kaf.
[25] Met wie wil je Mij vergelijken, zegt de Heilige, aan wie ben Ik gelijk te stellen?
Psalm NLB 50: 1 en 2 (‘De Heer die leeft, de God der goden spreekt’)
1 De Heer die leeft, de God der goden spreekt,
van waar de zon rijst als de dag aanbreekt,
tot waar zij, als de nacht komt, ondergaat,
roept Hij de aarde op, want Hij houdt raad.
Uit Sion, hoog in heerlijkheid verheven,
verschijnt de Heer, door blinkend licht omgeven.
2 Door een verterend vuur voorafgegaan,
omgeven door een wervelende orkaan,
komt onze God, geweldig schrijdt Hij voort.
En Hij verheft zijn stem om ’t verste oord
in hemel en op aarde te doen horen
dat Hij zal richten wie Hij heeft verkoren.
2e schriftlezing NT: Mattheus 13: 24-30 en 36-43
Matteüs 13
[24] Hij hield hun een andere gelijkenis voor: ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een mens die goed zaad op zijn akker uitzaaide. [25] Terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand giftig onkruid tussen het graan zaaien en vertrok weer. [26] Toen het jonge gewas opschoot en vrucht begon te dragen, kwam ook het onkruid tevoorschijn. [27] De knechten kwamen de heer des huizes vragen: “Heer, hebt u soms geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dat onkruid dan vandaan?” [28] Hij antwoordde: “Dat is het werk van een vijand.” De knechten zeiden tegen hem: “Wilt u dat wij het onkruid weghalen?” [29] Hij antwoordde: “Nee, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan lostrekken. [30] Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, dan zal ik, wanneer het oogsttijd is, tegen de maaiers zeggen: ‘Haal eerst het onkruid weg, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het. Breng dan het graan bijeen in mijn schuur.’”’
[36] Daarop stuurde Hij de mensen weg en ging naar huis. Zijn leerlingen kwamen bij Hem en vroegen: ‘Wilt U ons de gelijkenis van het onkruid op de akker uitleggen?’ [37] Hij antwoordde hun: ‘Hij die het goede zaad zaait is de Mensenzoon, [38] de akker is de wereld, het goede zaad dat zijn de kinderen van het koninkrijk; het onkruid dat zijn de kinderen van het kwaad, [39] de vijand die het zaait is de duivel, de oogst staat voor de voltooiing van deze wereld en de maaiers zijn de engelen. [40] Zoals het onkruid bijeengebracht wordt en in het vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: [41] de Mensenzoon zal zijn engelen eropuit sturen, en ze zullen uit zijn koninkrijk al wat ten val brengt en al wie onrecht pleegt bijeenbrengen [42] en in de vuuroven werpen; daar zullen ze jammeren en knarsetanden. [43] Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Laat wie oren heeft goed luisteren!
Lied NLB 835: 1 en 2 (‘Jezus ga ons voor’)
1 Jezus, ga ons voor
deze wereld door,
en U volgend op uw schreden
gaan wij moedig met U mede.
Leid ons aan uw hand
naar het vaderland.
2 Valt de weg ons lang,
zijn wij klein en bang,
sterk ons, Heer, om zonder klagen
achter U ons kruis te dragen.
Waar Gij voor ons trad,
is het rechte pad.
Overweging: “De overweldigende werkelijkheid van God”
Lied NLB 835: 3 en 4
3 Krimpt ons angstig hart
onder eigen smart,
moet het met de ander lijden,
Jezus, geef ons kracht tot beide.
Wees Gij zelf het licht
dat ons troost en richt.
4 In de woestenij,
Heer, blijf ons nabij
met uw troost en met uw zegen
tot aan ’t eind van onze wegen.
Leid ons op uw tijd
in uw heerlijkheid.
(Kinderen komen terug uit KND)
DIENST DER GEBEDEN
Dankgebed en Voorbeden
Onze vader (gemeenschappelijk uitgesproken)
Onze Vader die in de hemelen zijt,
uw naam worde geheiligd;
uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede,
gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze.
Want van u is het Koninkrijk en de kracht
en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen.
Collecte (s) In de hal bij uitgang
Collecte 1) voor Diaconie
Collecte 2) voor Beheer Kerk
Collecte 3) voor Voedselbank Stadswolden
BEEINDIGING VAN DE DIENST
Slotlied NLB 967: 1, 2, 4 en 7 (staande)
1 Zonne der gerechtigheid,
ga ons op in deze tijd,
opdat al wat leeft de dag
in uw kerk aanschouwen mag.
Erbarm u, Heer.
2 Wek de dode christenheid
uit haar zelfverzekerdheid;
zend uw stralen overal,
dat de aarde U loven zal.
Erbarm u, Heer.
4 Open overal de poort,
Heer, voor uw voortvarend woord,
win elk volk met stille kracht
voor uw rijk, – verdrijf de nacht!
Erbarm u, Heer.
7 Alle eer en macht en kracht
worde, Heer, U toegebracht;
heel de mensheid stemme saam
in de drieklank van uw naam.
Erbarm u, Heer.
Heenzending
Zegenbede
3 x gezongen Amen ( Lied NLB 431c )
Afsluitend orgelspel
Collecten