Orde van dienst voor zondag 18 oktober 2026 in de Hoeksteen        

Welkom en mededelingen

Intochtslied: Psalm 139:1,7

Moment van stilte

Bemoediging en groet

Lied: Dit is een morgen als ooit de eerste (NLB 216:1-3)

Kyriegebed

Lied: Wij moeten Gode zingen (NLB 713:1,2,5)

Gebed bij de opening van de Schriften

Schriftlezing OT: Deuteronomium 6:1-9

[1] Dit zijn de geboden, wetten en regels die ik u in opdracht van de HEER, uw God, moet leren en die u moet naleven in het land aan de overkant, dat u in bezit zult nemen. [2] U moet voor de HEER, uw God, ontzag tonen door u te houden aan zijn wetten en geboden, zoals ik die nu aan u geef; dat geldt voor u, zolang u leeft, en voor uw kinderen en uw kleinkinderen. Dan zult u lang leven. [3] Luister dus, Israël, en neem ze nauwlettend in acht. Dan zal het u goed gaan in het land dat overvloeit van melk en honing, en zult u sterk in aantal toenemen, zoals de HEER, de God van uw voorouders, u heeft toegezegd.

De HEER is de enige

[4] Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige! [5] Heb de HEER, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht. [6] Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten. [7] Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat. [8] Draag ze als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd. [9] Schrijf ze op de deurposten van uw huis en op de poorten van de stad

Schriftlezing NT: Matteüs 22:34-40

[34] Nadat de farizeeën hadden vernomen dat Hij de sadduceeën tot zwijgen had gebracht, kwamen ze bij elkaar. [35] Om Hem op de proef te stellen vroeg een van hen, een wetgeleerde: [36] ‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’ [37] Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. [38] Dat is het grootste en eerste gebod. [39] Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. [40] Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’

Zingen: De dag gaat open voor het Woord des Heren (NLB  217:1-5)

Verkondiging

Lied: Ik wandel in het licht met Jezus (Hemelhoog 346:1,3,4)

1  Ik wandel in het licht met Jezus,

    het donk’re dal ligt achter mij,

    en ’k weet mij in Zijn trouw geborgen,

    welk een liefdevolle Vriend is Hij.

    Ik wandel in het licht met Jezus,

    en ’k luister naar Zijn dierb’re stem,

    en niets kan m’ ooit van Jezus scheiden,

    sinds ik wandel in het licht met Hem.

3  Ik wandel in het licht met Jezus,

    mijn ziel is Hem gans toegewijd.

    Met Hem verrezen tot nieuw leven,

    volg ’k mijn Heiland tot in eeuwigheid.

    Ik wandel in het licht met Jezus,

    en ’k luister naar Zijn dierb’re stem,

    en niets kan m’ ooit van Jezus scheiden,

    sinds ik wandel in het licht met Hem.

4  Ik wandel in het licht met Jezus,

    o mocht ik zelf een lichtje zijn,

    dat straalt te midden van de wereld,

    die gebukt gaat onder zorg en pijn.

    Ik wandel in het licht met Jezus,

    en ’k luister naar Zijn dierb’re stem,

    en niets kan m’ ooit van Jezus scheiden,

    sinds ik wandel in het licht met Hem.

Danken en voorbeden, afgesloten met het Onze Vader

Onze Vader die in de hemelen zijt,

uw naam worde geheiligd;

uw Koninkrijk kome;

uw wil geschiede,

gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood;

en vergeef ons onze schulden,

gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;

en leid ons niet in verzoeking,

maar verlos ons van de boze.

Want van u is het Koninkrijk en de kracht

en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen.

Slotlied: Laat de woorden die wij hoorden (NLB 422:1-3)

Heenzending en zegen