liturgie 15 februari 2026

Thema: Leefregels voor het bestaan van alledag
Voorganger: ds. E. v.d. Meulen
Ouderling; dhr. A. Olthof
Organist: dhr. A. Verhart, 2e Exloërmond
Welkom en mededelingen
Intochtslied: psalm 119:1,6
1 Welzalig wie de rechte wegen gaan,
wie in de regels van Gods wijsheid treden.
Zalig wie zijn getuigenis verstaan,
van ganser harte zoeken naar zijn vrede.
Geen onrecht en geen dwaling lokt hen aan.
De weg der zondaars wordt door hen gemeden.
6 O God, ik ben van harte zeer verblijd
over de weg van uw getuigenissen.
In uw bevelen ligt mijn zaligheid,
ik zal mij van uw wegen vergewissen.
Ik loof U, die mijn grootste rijkdom zijt,
laat mij, o Heer, geen van uw woorden missen.
Stil gebed
Bemoediging en groet
Zingen: Als g’in nood gezeten (Joh. de Heer, lied 7:1,2)
1 Als g’ in nood gezeten, geen uitkomst ziet,
wil dan nooit vergeten: God verlaat u niet.
Vrees toch geen nood! ’s Heeren trouw is groot,
En op ’t nacht’lijk duister, volgt het morgenrood.
Schoon stormen woeden, ducht toch geen kwaad;
God zal u behoeden, Uw Toeverlaat.
2 God blijft voor u zorgen, goed is de Heer,
en met elke morgen, keert Zijn goedheid weer.
Schoon g’ in ’t verdriet, nergens uitkomst ziet,
groter dan de Helper, is de nood toch niet.
Wat ons ontviele, Redder in nood!
Red slechts onze ziele, uit zond’ en dood
Verootmoedigingsgebed en genadeverkondiging
Zingen: Eén is de Heer, de god der goden (Lied 310:1-5)
1 Eén is de Heer, de God der goden,
wie buigt voor beelden wordt misleid.
Ga op de weg van zijn geboden –
er is geen god die zo bevrijdt!
2 Houd zijn Naam hoog, houd die in ere,
veracht, misbruik de hemel niet;
dankbaar zal ieder respecteren
zijn dag, zijn rust – gedenk, geniet!
3 Sla wat het voorgeslacht ons leerde
niet onnadenkend in de wind.
Dood nooit wie zich niet kan verweren –
wie drift bemint wordt ziende blind.
4 Breek geen verbond, voorgoed gesloten,
blijf trouw aan wie u liefde gaf.
Diefstal kan geen geluk vergroten;
neem niet uw naaste vreugde af.
5 Leugen en laster? Valse goden!
Begeerte baart slechts bitterheid.
Ga op de weg van Gods geboden –
er is geen god die zo bevrijdt!
Wetslezing
Zingen: Heb dank, o God van alle leven (Lied 315:1,2)
1 Heb dank, o God van alle leven,
die zijt alleen Uzelf bekend,
dat Gij uw woord ons hebt gegeven,
uw licht en liefde ons toegewend.
Nu rijst uit elke nacht uw morgen,
nu wijkt uw troost niet meer van de aard,
en wat voor wijzen bleef verborgen
werd kinderen geopenbaard.
2 En of een mens al diep verloren
en ver van U verzworven is,
Gij noemt zijn naam, hij is herboren,
vernieuwd door uw getuigenis.
Uw woord, dat spreekt in alle talen,
heeft uit het graf ons opgericht,
doet ons in vrijheid ademhalen
en leven voor uw aangezicht.
Gebed om Verlichting met de Heilige Geest, afgesloten met het zingen van: Lied 315:3
3 Gemeente, aan wier aardse handen
dit hemels woord is toevertrouwd,
o draag het voort naar alle landen,
vermenigvuldigd duizendvoud.
Een stem zegt: Roep! Wat zou gij roemen
op mensengunst of -heerlijkheid?
’t Verwaait als gras en weidebloemen. –
Gods woord bestaat in eeuwigheid!
Schriftlezing uit het OT: Deut. 30:15-20
[15] Besef goed, vandaag stel ik u voor de keuze tussen voorspoed en tegenspoed, tussen leven en dood. [16] Wanneer u zich houdt aan de geboden van de HEER, uw God, zoals ik ze u vandaag heb gegeven, door Hem lief te hebben, door de weg te volgen die Hij wijst, en zijn geboden, wetten en regels in acht te nemen, dan zult u in leven blijven en in aantal toenemen, en dan zal de HEER, uw God, u zegenen in het land dat u in bezit zult nemen. [17] Maar als u Hem de rug toekeert en weigert te luisteren, als u zich ertoe laat verleiden neer te knielen voor andere goden en die te vereren, [18] dan zeg ik u op voorhand dat u te gronde zult gaan. Dan zal u aan de overkant van de Jordaan, in het land dat u in bezit zult nemen, geen lang leven beschoren zijn. [19] Ik roep vandaag hemel en aarde als getuigen op: u staat voor de keuze tussen leven en dood, tussen zegen en vloek. Kies voor het leven, voor uw eigen toekomst en die van uw nakomelingen, [20] door de HEER, uw God, lief te hebben, Hem te gehoorzamen en Hem toegedaan te blijven. Dan zult u lang blijven wonen in het land dat Hij uw voorouders Abraham, Isaak en Jakob onder ede heeft beloofd.’
Schriftlezing uit het NT: Matteüs 5:17-26
[17] Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen. [18] Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn. [19] Wie dus ook maar het minste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de minste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan. [20] Want Ik zeg jullie: als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de
Schriftgeleerden en de farizeeën, zullen jullie zeker het koninkrijk van de hemel niet binnengaan. [21] Jullie hebben gehoord dat destijds tegen het volk is gezegd: “Pleeg geen moord. Wie moordt, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht.” [22] Dit zeg Ik daarover: ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht. Wie hen voor nietsnut uitmaakt, zal zich moeten verantwoorden voor het Sanhedrin. Wie “Dwaas!” zegt, zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan. [23] Wanneer je dus je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder of zuster jou iets verwijt, [24] laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen. [25] Leg een geschil snel bij, terwijl je nog met je tegenstander onderweg bent, anders levert hij je uit aan de rechter, draagt de rechter je over aan de gerechtsdienaar en word je gevangengezet. [26] Ik verzeker je: dan kom je niet vrij voor je ook de laatste cent betaald hebt.
Zingen: Een rijke schat van wijsheid (Lied 313:1,2)
1 Een rijke schat van wijsheid
schonk God ons in zijn woord.
Heb moed, gij die op reis zijt,
want daarmee kunt gij voort.
Gods woord is ons een licht,
en elk die in vertrouwen
daarnaar zijn leven richt,
die zal erin aanschouwen
des Heren aangezicht.
2 God opent hart en oren,
opdat wij in geloof
zijn roepstem zouden horen,
voor and´re stemmen doof.
Gods woord gordt mensen aan,
om zonder te versagen
het smalle pad te gaan
en stil het kruis te dragen
achter hun Heiland aan.
Verkondiging Thema: Leefregels voor het bestaan van alledag
Orgelspel
Zingen: Het woord dat u ten leven riep (Lied 316:1,4)
1 Het woord dat u ten leven riep
is niet te hoog, is niet te diep
voor mensen die ’t zo traag beamen.
Het is een teken in uw hand,
een licht dat in uw ogen brandt.
Het roept u dag aan dag bij name.
4 Het woord van liefde, vrede en recht
is in uw eigen mond gelegd,
is in uw eigen hart geschreven.
Rondom u klinkt de stem van God:
vrijspraak, vertroosting en gebod,
vlak vóór u ligt de weg ten leven.
Danken en voorbeden
Stil gebed
Gezamenlijk Onze Vader
Onze Vader die in de hemelen zijt,
uw naam worde geheiligd;
uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede,
gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze.
Want van u is het Koninkrijk en de kracht
en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen
Collecte aankondiging
De eerste collecte is voor Diaconie.
De tweede collecte is voor Beheer van de kerk.
De derde collecte is voor Binnenlands diaconaat, project “omzien naar gevangenen in Nederland.
De collectezakken hangen in de hal.
Slotlied: Neem mijn leven, laat het Heer (Lied 912:1,2,3,6)
1 Neem mijn leven, laat het, Heer,
toegewijd zijn aan uw eer.
Maak mijn uren en mijn tijd
tot uw lof en dienst bereid.
2 Neem mijn handen, maak ze sterk,
trouw en vaardig tot uw werk.
Maak dat ik mijn voeten zet
op de wegen van uw wet.
3 Neem mijn stem, opdat mijn lied
U, mijn koning, hulde biedt.
Maak, o Heer, mijn lippen rein,
dat zij uw getuigen zijn.
6 Neem ook mijne liefde, Heer,
’k leg voor U haar schatten neer.
Neem mijzelf en voor altijd
ben ik aan U toegewijd.
Heenzending en zegen ___________