Aanvang 09.30 uur.

Voorganger: drs.  J. Maatjes – Hulsing

Ouderling:    mw. A. Haarman – Sikkens

Organist:      dhr. A. Verhart, 2e Exloërmond

Welkom, mededelingen en kaarsen aansteken

Aanvangslied: Psalm 103 vers 1 en 3

1  Zegen, mijn ziel, de grote naam des Heren,        

laat al wat binnen in mij is Hem eren,                     

vergeet niet hoe zijn liefde u heeft geleid,               

gedenk zijn goedheid, die u wil vergeven,              

die u geneest, die uit het graf uw leven                  

verlost en kroont met goedertierenheid.                 

3  Hij is een God van liefde en genade,

barmhartigheid en goedheid zijn de daden

van Hem die niet voor altijd met ons twist,

die ons niet doet naar alles wat wij deden,

ons niet naar onze ongerechtigheden

vergeldt, maar onze schuld heeft uitgewist.

Bemoediging en groet

Psalm 103 vers 4

4  Zo hoog en wijd de hemel staat gerezen

boven de aarde, is voor wie Hem vrezen

zijn liefde en zijn goedertierenheid.

Zo ver verwijderd ’t westen is van ’t oosten,

zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten

de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd.

Gebed

NLB 665 vers 1, 2, 3, 4 en 5

1  Om Christus’ wil zijn wij verblijd.

Hij heeft in alle menselijkheid

– een zoon die naar zijn vader aardt –

God in het vlees geopenbaard.

2  Loof Hem, die van de Geest ontving

voor altijd zijn rechtvaardiging,

de Geest, die Hem herleven doet

in mensen, menselijk vlees en bloed.

3  Hij die, ontheven hemelhoog,

te stralend voor het sterflijk oog,

aan de engelen verschenen is

in ’t licht van zijn verrijzenis, –

4  Hij is aanwezig in het woord,

dat wordt gepredikt en gehoord

in heel de wereld en geloofd,

en dat ons zegent hoofd voor hoofd.

5  Om Christus’ wil zijn wij verblijd,

die inging in Gods heerlijkheid

en voor Gods ogen, stralend schoon,

is wat wij zullen zijn, – de Zoon.

Eventueel kindermoment plus Lied

1  Wij gaan voor even uit elkaar

en delen nu het licht.

Dat licht vertelt ons iets van God.

Op Hem zijn wij gericht.      

2  Wij geven Gods verhalen door.

En wie zich openstelt

ervaart misschien een beetje licht

door wat er wordt verteld.

3  Straks zoeken wij elkaar weer op

en elk heeft zijn verhaal.

Het licht verbindt ons met elkaar:

het is voor allemaal.

Lezen: Daniël 7: 9 tot en met 14

[9] Ik zag dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam. Zijn kleed was wit als sneeuw, zijn hoofdhaar als zuivere wol. Zijn troon bestond uit vuurvlammen, de wielen uit laaiend vuur. [10] Een rivier van vuur welde op en stroomde voor Hem uit. Duizend maal duizenden dienden Hem, tienduizend maal tienduizenden stonden voor Hem. Het hof nam plaats en de boeken werden geopend. [11] Ik zag hoe het dier werd gedood vanwege de grootspraak van de hoorn, ik zag hoe zijn lichaam werd vernietigd en aan de vlammen werd prijsgegeven. [12] De andere dieren werd wel hun macht ontnomen, maar hun werd nog enige tijd van leven gegund. [13] In mijn nachtelijk visioen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor Hem geleid. [14] Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij, die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan.

NLB 686 vers 1

1  De Geest des Heren heeft

een nieuw begin gemaakt,

in al wat groeit en leeft

zijn adem uitgezaaid.

De Geest van God bezielt

wie koud zijn en versteend

herbouwt wat is vernield

maakt één wat is verdeeld.

Lezen: Handelingen 1: 1 tot en met 11

Jezus opgenomen in de hemel

[1] In mijn eerste boek, Theofilus, heb ik de daden en het onderricht van Jezus beschreven, vanaf het begin [2] tot aan de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij de apostelen die Hij door de heilige Geest had uitgekozen, had gezegd wat hun opdracht was. [3] Dat Hij leefde heeft Hij hun na zijn lijden en dood herhaaldelijk bewezen door gedurende veertig dagen in hun midden te verschijnen en met hen over het koninkrijk van God te spreken. [4] Terwijl Hij met hen at, gaf Hij hun deze opdracht: ‘Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten op wat de Vader heeft beloofd, waarover jullie van Mij hebben gehoord. [5] Johannes doopte met water, maar binnenkort worden jullie gedoopt met de heilige Geest.’ [6] Zij die daar bijeen waren, vroegen Hem: ‘Heer, gaat U dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’ [7] Hij antwoordde: ‘Het is niet aan jullie om te weten wat de Vader in zijn macht heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen plaatsvinden. [8] Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’ [9] Toen Hij dit gezegd had, werd Hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze Hem niet meer zagen. [10] Terwijl Hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. [11] Ze zeiden: ‘Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Deze Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie Hem naar de hemel hebben zien gaan.’

NLB 686 vers 3

3  De Geest die ons bewoont

verzucht en smeekt naar God

dat Hij ons in de Zoon

doet opstaan uit de dood.

Opdat ons leven nooit

in weer en wind bezwijkt,

kom Schepper Geest, voltooi

wat Gij begonnen zijt.

Verkondiging

Lied: ‘Een toekomstlied’, uit: Rakelings nabij’ melodie NLB 836, ‘O Heer die onze Vader zijt…’

1. O Heer van toekomst en van tijd,

U vraagt om stil te staan 

bij onze eigen breekbaarheid,

bij kracht en onze kwetsbaarheid

bij licht ons voorgegaan, bij licht ons voorgegaan.

2. O, wolkkolom, U ging ons voor,

een vuurvlam in de tijd.

Met U gaan wij woestijnen door,

met U gaat er geen hoop teloor,

met U zijn wij bereid, met U zijn wij bereid.

3. Zo wacht ons nu de toekomsttijd,

een nieuwe horizont.

Zij weet van kracht en kwetsbaarheid,

zij legt, de breekbaarheid ten spijt,

uw lied in onze mond, uw lied in onze mond.

Gebeden

Collecte aankondiging: de zakken hangen in de hal

De eerste collecte is voor Diaconie.

De tweede collecte is voor Beheer kerk.

De derde collecte is voor het Lilianafonds.

Slotlied: NLB 418 vers 1, 2 en 3

1  God, schenk ons de kracht

dicht bij U te blijven,

dan zal ons geen macht

uit elkander drijven.

Zijn wij in U een,

samen op uw wegen

dan wordt ons tot zegen

lachen en geween.

2  Niemand kan alleen,

Heer, uw zegen dragen;

zegen drijft ons heen

naar wie vrede vragen.

Wat Gij schenkt wordt meer

naar gelang wij delen,

horen, helpen, helen, –

vruchtbaar in de Heer.

3  Vrede, vrede laat

Gij in onze handen,

dat wij die als zaad

dragen door de landen,

zaaiend dag aan dag,

zaaiend in den brede,

totdat in uw vrede

ons hart rusten mag.

Zegen, gezongen Amen  (3x Amen)