liturgie 1 maart 2026

Orde van dienst voor 1 maart 2026 2e zondag van de 40–dagentijd, om 10:00 uur
Voorganger: ds. J. Bakker, Stiens
Ouderling: mw. A. Haarman-Sikkens
Organist: dhr. M. Wubs, Stadskanaal
Voor de dienst zingen we: ELB 299 Evangelische Liedbundel vers 1, 2, 3
1 Welk een vriend is onze Jezus,
die in onze plaats wil staan!
Welk een voorrecht, dat ik door Hem
altijd vrij tot God mag gaan.
Dikwijls derven wij veel vrede,
dikwijls drukt ons zonde neer,
juist omdat wij ’t al niet brengen
in ’t gebed tot onze Heer.
2 Leidt de weg soms door verzoeking,
dat ons hart in ’t strijduur beeft,
gaan wij dan met al ons strijden
tot Hem, die verlossing geeft.
Kan een vriend ooit trouwer wezen
dan Hij, die ons lijden draagt?
Jezus biedt ons aan genezing;
Hij alleen is ’t die ons schraagt.
3 Zijn wij zwak, belast, beladen
en ter neêr gedrukt door zorg.
Dierb’re Heiland! Onze Toevlucht!
Gij zijt onze hulp en borg.
Als soms vrienden ons verlaten,
gaan wij biddend tot de Heer;
in Zijn armen zijn wij veilig,
Hij verlaat ons nimmermeer.
Welkom, mededelingen en kaarsen aansteken
Intochtslied : Psalm 33: 1 en 2
1 Kom nu met zang en roer de snaren,
gij volk, dat leeft van ’s Heren recht.
Hijzelf heeft zijn getrouwe scharen
een lofzang in de mond gelegd.
Word’ als nooit tevoren
door wie Hem behoren
t feestlied ingezet!
Meld de blijde mare
bij de klank der snaren,
steek de loftrompet.
2 Zing al wie leeft van Gods genade,
want waarheid is al wat Hij zegt.
Op trouw gegrondvest zijn zijn daden,
op liefde rust zijn heilig recht.
Die zich openbaarde / overal op aarde,
alles spreekt van Hem.
hem͜elen hoog verheven, / vol van blinkend leven,
schiep Hij door zijn stem.
Stil gebed, Bemoediging en Groet
Inleidingstekst: Psalm 33: 10-15
Zingen: Psalm 33: 7 en 8
7 Heil hem, die hoopt in vrees en beven
op Gods genadig aangezicht.
Wie op zijn gunst vertrouwt zal leven,
God houdt het oog op hem gericht.
Ja, Hij kent de zijnen, / Hij laat niet verkwijnen
wie zijn hulp verbeidt.
Koninklijk van gaven / wil de Here laven
wie ontbering lijdt.
8 Wij wachten stil op Gods ontferming,
ons hart heeft zich in Hem verheugd.
Hij komt te hulp en geeft bescherming,
zijn heil’ge naam is onze vreugd.
Laat te allen tijde / uwe liefd’ ons leiden,
uw barmhartigheid.
God, op wie wij wachten, / geef ons moed en krachten
nu en voor altijd.
Vermaning: Filippenzen 3: 7-14
Zingen: NLB 544:1
1 Christus naar wie wij heten
heeft met zijn groot geduld
de wet en de profeten
ten einde toe vervuld.
Maar ons is aangezegd,
tot aan het eind der dingen
de uitgang te volbrengen,
de lange lijdensweg.
Gebed van Verootmoediging en Schuldbelijdenis
Zingen: NLB 544: 4
4 Zij moeten met Hem lijden
en met Hem levend zijn
tot aan de laatste tijden –
dan staan zij in zijn tuin
en heffen op hun hoofd
als bloemen en als doden
die uit de bodem komen
en ’t licht zien ongedoofd.
Woord van Vergeving
Zingen: NLB 544: 5
5 Het licht van alle stralen
komt uit zijn aangezicht,
zijn ster zal nooit meer dalen
en met Hem opgericht
verhogen zij de dag,
verhogen zij het leven
en roepen heil en zegen
over de aarde af.
Gebed om Verlichting met de Heilige Geest
Kindermoment: als er kind[eren] zijn, zingen we: “Wij gaan voor even uit elkaar”
1 Wij gaan voor even uit elkaar
en delen nu het licht.
Dat licht vertelt ons iets van God.
Op Hem zijn wij gericht.
2 Wij geven Gods verhalen door.
En wie zich openstelt
ervaart misschien een beetje licht
door wat er wordt verteld.
3 Straks zoeken wij elkaar weer op
en elk heeft zijn verhaal.
Het licht verbindt ons met elkaar:
het is voor allemaal.
1ste Lezing: Exodus 24: 12-18
De stenen platen beloofd
[12] De HEER zei tegen Mozes: ‘Kom naar Mij toe, de berg op, en wacht daar; dan zal Ik je de stenen platen geven waarop Ik de wetten en geboden heb geschreven om het volk te onderrichten.’ [13] Samen met zijn dienaar Jozua ging Mozes de berg van God op. [14] Tegen de oudsten zei hij: ‘Wacht hier tot wij terugkomen, Aäron en Chur blijven bij u. Mocht iemand een uitspraak in een geschil willen, dan kan hij zich tot hen wenden.’
[15] Terwijl Mozes de berg op ging, werd deze overdekt door een wolk: [16] de majesteit van de HEER rustte op de Sinai. Zes dagen lang bedekte de wolk de berg. Op de zevende dag riep de HEER Mozes vanuit de wolk. [17] En terwijl de Israëlieten de majesteit van de HEER zagen, als een laaiend vuur op de top van de berg, [18] ging Mozes de wolk binnen en klom hij verder omhoog. Veertig dagen en veertig nachten bleef hij op de berg.
Zingen: NLB 542: 1, 2, 3 en 4
1 God roept de mens op weg te gaan,
zijn leven is een reis:
‘Verlaat wat gij bezit en ga
naar ’t land dat Ik u wijs.’
2 Het volk van God was veertig jaar
– een mensenleven lang –
op weg naar het beloofde land,
het land van Kanaän.
3 Heer, geef ons moed en doe ons gaan
uw weg door de woestijn
en laat uw Zoon een laaiend vuur,
een nieuwe Mozes zijn.
4 Eer aan de Vader en de Zoon
en aan de heilige Geest,
God, die al voor de eerste mens
belofte zijt geweest.
2de Lezing : Mattheüs 17: 1-9
Een stem uit de hemel
[1] Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze alleen waren. [2] Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante, zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. [3] Plotseling verschenen aan hen Mozes en Elia, die met Jezus in gesprek waren. [4] Petrus nam het woord en zei tegen Jezus: ‘Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als U wilt zal ik hier drie tenten maken, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.’ [5] Hij was nog niet uitgesproken of een stralende wolk overdekte hen, en uit de wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde. Luister naar Hem!’ [6] Toen de leerlingen dit hoorden, werden ze overvallen door een hevige angst en wierpen ze zich ter aarde. [7] Jezus kwam dichterbij, raakte hen aan en zei: ‘Sta op, wees niet bang.’ [8] Ze keken op en zagen niemand meer, Jezus was alleen. [9] Toen ze de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Praat met niemand over wat jullie hebben gezien voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt.’
Tekstlezing: Matt. 17: 5B ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde. Luister naar Hem!’
Zingen: NLB 543: 1, 2 en 3
1 Gij zijt in glans verschenen,
verschenen voor altijd.
Hoe ook in dood verdwenen,
ons straalt uw heerlijkheid.
Hoe bitter ook de pijnen
door ons U aangedaan,
Gij blijft in glans verschijnen,
ziet ons in glorie aan.
2 Uw marteling, uw lijden,
in aller wereld nood,
uw kruisgang door de tijden,
uw dagelijkse dood,
het straalt voor onze ogen,
het glanst uit alle pijn,
aan haat en hoon onttogen,
blijft Gij onze glorie zijn.
3 Gij zijt in glans verschenen,
verschenen voor altijd.
Gij wilt uw kruis ons lenen,
als licht van eeuwigheid.
Geen ondergang kan dreigen,
of heerlijk rijst uw beeld
en doet ons mee ontstijgen
in glans die alles heelt.
Verkondiging, thema: Horen om te doen
Zingen: NLB 556: 1, 3, 4 en 5
1 Alles wat over ons geschreven is
gaat Gij volbrengen deze laatste dagen,
alle geboden worden thans voldragen,
alle beproeving van de wildernis.
3 Jezus, de haard van uw aanwezigheid
zal in ons hart een vreugdevuur ontsteken.
Gij gaat vooraan, Gij zult ons niet ontbreken,
Gij hogepriester in der eeuwigheid.
4 Gij onderhoudt de vlam van ons bestaan,
aan u, o Heer, ontleent het brood zijn leven,
ons is een lofzang in de mond gegeven,
sinds Gij de weg van ’t offer zijt gegaan.
5 Dit is uw opgang naar Jeruzalem
waar Gij uw vrede stelt voor onze ogen,
vrede aan allen die uw naam verhogen:
heden hosanna, morgen kruisig Hem!
Gebeden: Dankgebed – Voorbeden – Stil gebed – Onze Vader
Onze Vader die in de hemelen zijt,
uw naam worde geheiligd;
uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede,
gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze.
Want van u is het Koninkrijk en de kracht
en de heerlijkheid tot in eeuwigheid.
Amen.
Collecten: aankondiging. De collectezakken hangen in de hal.
Zingen: ELB 185 1, 2, 3 en 4
1 Leer mij uw weg, o Heer, leer mij uw weg.
Schenk van uw kracht mij meer, leer mij uw weg.
Houd mij in evenwicht,
dat ‘k voor uw aangezicht
wandel in ’t volle licht,
leer mij uw weg.
2 Als vrees soms ’t hart benauwt, leer mij uw weg.
Als zorg mijn dank verflauwt, leer mij uw weg.
Help mij in vreugd en pijn,
noodweer of zonneschijn
steeds blij in U te zijn,
leer mij uw weg.
3 Hoe ook mijn toestand wordt, leer mij uw weg.
’t Leven zij lang of kort, leer mij uw weg.
Is dan mijn loop volbracht.
vrees ik geen dood of macht,
daar mijn ziel U verwacht,
leer mij uw weg.
4 Wat ook dit leven brengt, Hij is nabij.
’t Zij ’t vreugd of droefheid schenkt, Hij is nabij.
Hoe sterk ook satans macht,
Jezus geeft licht en kracht,
ieder die Hem verwacht;
Hij is nabij.
Zegen
Orgelspel