Liturgie 1 februari 2026
Werelddiaconaat
Gezamenlijke dienst in De Regenboog samen met de Kloosterkerk en De Hoeksteen.
Voorganger: ds. G. ter Beek, Schoonloo
Ouderling: mw. W. Gerrits-Meijer
Organist: dhr. M. Wubs, Stadskanaal
Orgelspel
Openingslied 91A: 1, 2, 3
1 Wie in de schaduw Gods mag wonen
hoeft niet te vrezen voor de dood.
Zoek je bij Hem een onderkomen –
dan wordt zijn vrede jou tot brood.
God legt zijn vleugels van genade
beschermend om je heen als vriend
en Hij bevrijdt je van het kwade,
opdat je eens geluk zult zien.
2 Engelen zendt Hij alle dagen
om jou tot vaste gids te zijn.
Zij zullen je op handen dragen
door een woestijn van hoop en pijn.
Geen bange nacht zal je doen beven,
geen ziekte waar een mens van breekt.
Lengte van leven zal God geven,
rust aan de oever van een beek.
3 Geen duister zal je overvallen,
er is een licht dat eeuwig brandt.
Duizenden doden kunnen vallen, –
jij blijft geschreven in Gods hand.
God is een schild voor zijn getrouwen
die leven van geloof alleen.
Hij zal een nieuwe hemel bouwen
van liefde om hun tranen heen.
Aansteken van de kaarsen met een filmpje van Kerk in Actie
Inleiding op de dienst
Votum en groet
Drempelgebed
Lied: 216: 1, 2, 3
1 Dit is een morgen als ooit de eerste,
zingende vogels geven hem door.
Dank voor het zingen, dank voor de morgen,
beide ontspringen nieuw aan het woord.
2 Dauw op de aarde, zonlicht van boven,
vochtige gaarde, geurig als toen.
Dank voor gewassen, grassen en bomen,
al wie hier wandelt, ziet: het is goed.
3 Dag van mijn leven, licht voor mijn ogen,
licht dat ooit speelde waar Eden lag.
Dank elke morgen Gods nieuwe schepping,
dank opgetogen Gods nieuwe dag.
Kyriegebed, uit Bangladesh
Glorialied: 985: 1, 2, 3
1 Heilig, heilig, heilig, hemelhoog verheven
boven ons mensen: de naam van God de Heer!
Heilig, heilig, heilig, Schepper van de wereld,
mensen beneden zingen U ter eer!
2 Heilig, heilig, heilig, maker van de sterren,
zonnen en manen en heel het firmament!
Heilig, heilig, heilig, mateloze ruimte,
machten en krachten, maak zijn naam bekend!
3 Heilig, heilig, heilig, bron van alle leven,
bloemen en bomen en al wat adem heeft!
Heilig, heilig, heilig, Vader van ons allen,
Eerste en Laatste, U dankt al wat leeft!
Gebed bij de opening van het woord
1e Lezing: Mattheüs 5: 1 – 12
Bergrede
[1] Toen Hij de mensenmassa zag, ging Hij de berg op.
Daar ging Hij zitten met zijn leerlingen om zich heen.
[2] Hij nam het woord en onderrichtte hen:
[3] ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
[4] Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.
[5] Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde bezitten.
[6] Gelukkig wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
[7] Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
[8] Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.
[9] Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
[10] Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
[11] Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van Mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten.
[12] Verheug je en juich, want je zult rijkelijk beloond worden in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten.
Lied 339A
1 U komt de lof toe, U het gezang,
U alle glorie, o Vader, o Zoon, o heilige Geest
in alle eeuwen der eeuwen.
Tekst: Uw rijk kome
Onze Vader die in hemel is
en onze Vader op aarde,
Vader in ons land van Bangladesh.
Uw naam worde geheiligd.
Wees gezegend,
niet alleen onder de christenen
ook onder moslims en boeddhisten
hindoes en al wie maar gelooft.
Allen dragen tekenen van U,
ook de heerlijkheden van ons land:
zijn rivieren, wouden, rijstvelden en theetuinen,
en zijn mensen zijn prachtig in uw ogen.
Uw rijk kome.
Onzichtbaar in de hemel,
zichtbaar in uw volk.
Een rijk van liefde, vrede en gerechtigheid.
Een rijk dat nog zelden is gezien in Bangladesh
waar nog maar weinig mensen uw koningschap kennen
en nog minder liefde, vrede en gerechtigheid beleven.
Lied 321:1 en 2
1 Niet als een storm, als een vloed,
niet als een bijl aan de wortel
komen de woorden van God,
niet als een schot in het hart.
2 Maar als een glimp van de zon,
een groene twijg in de winter,
dorstig en hard deze grond –
zo is het koninkrijk Gods.
Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel,
Uw wil kan niet worden genegeerd,
maar hangt toch af van onze instemming.
Hoe meten we de waarde van het evangelie
-wanneer zij die geen land bezitten onderbetaald worden?
-wanneer rijke grondbezitters over de inkomsten beslissen?
-wanneer boeren hun land wordt afgenomen?
-wanneer vrouwen als beesten worden behandeld?
-wanneer schaarste en hongersnood het land opjagen?
Geef ons heden ons dagelijks brood.
Rijst is ons dagelijks brood in Bangladesh.
Maar vandaag, ja iedere dag, is er nooit genoeg van.
Geef ons het voedsel dat wij nodig hebben om te blijven leven.
Onze dagelijkse porties rijst en het voedsel van Uw woord,
dat ons staande houdt in alle moeilijkheden:
-natuurrampen en rampen door mensenhand veroorzaakt;
-woeker, gemene handelspraktijken;
-politiek vol eigenbelang
-onderdrukking omwille van uw rijk.
Vergeef ons onze schulden.
Heer, wij hebben zelf Uw oordeel afgeroepen over ons,
omdat ook wij deel zijn het probleem,
omdat wij medeschuldig zijn aan de gebreken van ons land:
-onze verblinde verwaarlozing van de armen in ons midden;
-onze stilzwijgende instemming met het onrecht;
-onze uitbuiting van de zwakkeren onder ons;
-onze aandacht voor alleen de leden van onze eigen groep.
Lied 321; 3 en 4
3 Stem die de stilte niet breekt,
woord als een knecht in de wereld,
naam zonder klank zonder macht,
vreemdeling zonder geslacht.
4 Kinderen, armen van geest,
mensen gelouterd tot vrede,
horen de naam in hun hart,
dragen het woord in hun vlees.
Zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.
Heer, men doet ons pijn omdat we christen zijn.
Wij zijn vreemdelingen in ons eigen land.
Maar we denken aan uw liefde en barmhartigheid voor allen,
aan Uw zorg voor uitgestoten en verloren schapen.
Wij doen een beroep op U, wanneer wij onszelf verplichten
te vergeven, zoals u ons vergeeft.
Leid ons niet in bekoring.
Heer, wij worden bijna overstelpt
door de beproevingen en het leed van ons geliefde land.
Beproef ons niet boven onze krachten,
en lever ons niet over
aan duisternis en onbezonnenheid.
Maar verlos ons van het kwade.
Heer, wij kijken naar U op als onze redder,
die ons bevrijdt uit iedere verslaving:
-verslaving aan onze zelfzuchtige en zondige aard;
-verslaving aan systeem dat armen uitbuit;
-verslaving aan een mentaliteit die geen verandering verdraagt;
-verslaving aan onze onverschilligheid voor reddingacties.
Van alle kwalen, verlos ons Heer,
en leid ons naar de heerlijkheid van uw rijk.
Lied: 321: 5, 6, 7
5 Blinden herkennen de hand,
dovemansoren verstaan Hem.
Zalig de man die gelooft,
zalig de vrouw aan de bron.
6 Niet in het graf van voorbij,
niet in een tempel van dromen,
hier in ons midden is Hij,
hier in de schaduw der hoop.
7 Hier in dit stervend bestaan
wordt Hij voor ons geloofwaardig,
worden wij mensen van God,
liefde op leven en dood.
Overdenking
Orgelspel
Lied: 1001: 1, 2, 3 De wijze woorden en het groot vertoon
1 De wijze woorden en het groot vertoon,
de goede sier van goede werken,
de ijdelheden op hun pauwentroon,
de luchtkastelen van de sterken:
al wat hoog staat aangeschreven
zal Gods woord niet overleven;
Hij wiens kracht in onze zwakheid woont
beschaamt de ogen van de sterken.
2 Zijn woord wil deze wereld omgekeerd:
dat lachen zullen zij die wenen,
dat wonen zal wie hier geen woonplaats heeft,
dat dorst en honger zijn verdwenen –
de onvruchtbare zal vruchtbaar zijn,
die geen vader was, zal vader zijn;
mensen zullen andere mensen zijn,
de bierkaai wordt een stad van vrede.
3 Wie denken durft, dat deze droom het houdt,
een vlam die kwijnt maar niet zal doven,
wie zich aan deze dwaasheid toevertrouwt,
al komt de onderste steen boven:
die zal kreunen onder zorgen,
die zal vechten in ’t verborgen,
die zal waken tot de morgen dauwt –
die zal zijn ogen niet geloven.
Gebeden
Collecteaankondiging + filmpje
De eerste collecte is voor Diaconie.
De tweede collecte is voor Beheer kerk.
De derde collecte is voor Kerk in Actie ( KIA ) voor het werelddiaconaat, project Bangladesh.
De collectezakken hangen in de hal.
Slotlied: 425 Vervuld van uw zegen
1 Vervuld van uw zegen gaan wij onze wegen
van hier, uit dit huis waar uw stem wordt gehoord,
in Christus verbonden, tezamen gezonden
op weg in een wereld die wacht op uw woord.
Om daar in genade uw woorden als zaden
te zaaien tot diep in het donkerste dal,
door liefde gedreven, om wie met ons leven
uw zegen te brengen die vrucht dragen zal.
Wegzending en zegenbede, beantwoordt met Zegenlied: Gezegend gaan wij nu van hier
Gezegend gaan wij nu van hier
en God gaat met ons mee
en geeft ons moed en levenskracht,
zo gaan wij niet alleen.
Orgelspel