liturgie 1 november 2026

Z e n d i n g s z o n d a g
Orde van dienst voor zondag 1 november 2026 – De Hoeksteen – Valthermond
Voorganger: dhr. B. Veld, Haren (D)
Orgelspel
Welkom en afkondigingen
Intochtslied Lied 218: 1 – 5 (Dank u voor deze nieuwe morgen)
Welkom, Stilte, Votum en Groet
Lied 280: 1 – 3 (De vreugde voert ons naar dit huis)
Gebed om ontferming
Lied 971: 1 – 3 (Zing een nieuw lied voor God de Here)
Gebed om verlichting met de Heilige Geest
(Kindernevendienst)
Schriftlezing1 Romeinen 7: 14 – 25
[14] Wij weten immers dat de wet het werk van de Geest is, maar door mijn aardse natuur ben ik overgeleverd aan de zonde. [15] Ik begrijp zelf niet wat ik doe, want ik doe niet wat ik wil, ik doe juist wat ik haat. [16] Maar wanneer mijn daden in strijd zijn met mijn wil, erken ik dat de wet goed is. [17] Dan ben ik het niet meer die handelt, maar de zonde die in mij woont. [18] Immers, ik besef dat in mij, in mijn aardse natuur, het goede niet aanwezig is. Ik wíl het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. [19] Want ik doe niet wat ik wil, het goede, maar juist wat ik niet wil, het kwade, dat doe ik. [20] Maar wanneer mijn daden in strijd zijn met mijn wil, ben ik daar niet meer zelf de oorzaak van, maar de zonde die in mij woont. [21] Ik ontdek in mezelf dus de wetmatigheid dat het kwade zich aan mij opdringt, ook al wil ik het goede doen. [22] Innerlijk stem ik vol vreugde in met de wet van God, [23] maar in alles wat ik doe zie ik die andere wet. Hij voert strijd tegen de wet waarmee ik met mijn verstand instem en maakt van mij, in heel mijn doen en laten, een gevangene van de wet van de zonde. [24] Wie zal mij, ongelukkig mens, redden uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood? [25] God zij gedankt, die ons redt door Jezus Christus, onze Heer. Want aan mezelf overgelaten onderwerp ik me weliswaar met mijn verstand aan de wet van God, maar door mijn aardse natuur onderwerp ik me aan de wet van de zonde.
Schriftlezing2 Matteüs 18: 15 – 20
[15] Als je broeder of zuster tegen je zondigt, moet je die persoon onder vier ogen daarop aanspreken. Als hij luistert, heb je hem teruggewonnen. [16] Luistert hij niet, haal er dan een of twee anderen bij, want een aanklacht is rechtsgeldig met een verklaring van ten minste twee getuigen. [17] Als hij ook naar hen niet luistert, leg het dan voor aan de gemeente. Weigert hij ook naar de gemeente te luisteren, behandel hem dan als een heiden of een tollenaar. [18] Ik verzeker jullie: alles wat jullie op aarde bindend verklaren zal ook in de hemel bindend zijn, en alles wat jullie op aarde ontbinden zal ook in de hemel ontbonden zijn. [19] Ik verzeker het jullie nogmaals: als twee van jullie hier op aarde eensgezind om iets vragen, wat het ook is, dan zal mijn Vader in de hemel het voor hen laten gebeuren. [20] Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben Ik in hun midden.’
Lied 969: 1 – 4 (In Christus is noch west noch oost)
Prediking
Lied 968: 1, 2 en 5 (De ware kerk des Heren)
Gebeden, afgesloten met Onze Vader
(Kinderen terug van nevendienst/oppasdienst)
Collecten
Slotlied 416: 1 en 4 (Ga met God)
Wegzending en Zegen – Amenlied 415: 3 (Amen, amen, amen!, dat wij niet beschamen…)
Orgelspel