Orde van dienst voor zondag 5 juli 2026 om 9.30 uur in de Protestantse Kerk De Regenboog te Ter Apel

Voorganger: ds. Joh. Bakker, Stiens

Ouderling: mw. L. Brouwer-Wubs

Organist: dhr. A. Verhart, 2e Exloërmond

Orde van dienst

Voor de dienst zingen: ELB 178:1, 2, 3 en 4               Als ik maar weet, dat hier….

1  Als ik maar weet, dat hier mijn weg

door u Heer, wordt bereid,

en dat die weg, hoe moeilijk ook,

mij nader tot U leidt.

Nader tot U, nader tot U,

nader, mijn Heiland, tot U.

Als ik maar weet, dat alles hier

mij nader brengt tot U.

2  Als ik maar weet, dat ook voor mij

de Heer aan ’t kruishout stierf;

en dat de Heiland ook voor mij

een levenskroon verwierf.

Nader tot U, nader tot U,

nader, mijn Heiland, tot U.

Als ik maar weet, dat alles hier

mij nader brengt tot U.

3  Als ik maar weet, Uw liefd’ o Heer,

vertroost mij dag aan dag;

dan juich ik voort, wat ook mijn lot

op aarde wezen mag.

Nader tot U, nader tot U,

nader, mijn Heiland, tot U.

Als ik maar weet, dat alles hier

mij nader brengt tot U.

4  Als ik maar weet, ook als op aard’

mij droefheid wacht of kruis,

dat ieder kruis mij nader brengt

bij ’t eeuwig Vaderhuis.    

Nader tot U, nader tot U,

nader, mijn Heiland, tot U.

Als ik maar weet, dat alles hier

mij nader brengt tot U.

Welkom, mededelingen en kaarsen aansteken

Intochtslied: Psalm 47: 1 en 2

1  Volken wees verheugd, / jubel, toon uw vreugd,

prijs met handgeklap / ’s Heren koningschap.

Ja, Hij is de Heer, / volken slaat Hij neer,

zijn geduchte kracht / geeft ze in onze macht.

Met zijn eigen hand / meet Hij Jakob ’t land,

die daar woont met trots, / als beminde Gods.

2  God stijgt blinkend schoon / met gejuich ten troon.

Luid bazuingeschal / meldt het overal.

Zing Gods eer, hef aan, / ’s konings eer, hef aan.

Heel de aarde hoort / naar des Heren woord,

is zijn rijksgebied. / Zing een kroningslied!

Die de volken leidt / troont in heiligheid.

Stil Gebed, Bemoediging en Groet

Inleidingstekst: Psalm 145: 1-12

Zingen: Psalm 47: 3

3  Maak het dan bekend: / Godes regiment

houdt de volken saam, / geeft hun rang en naam.

Edelen treden aan / om op wacht te staan.

Abrahams geslacht, / het betrekt de wacht.

Hem, die ’t aards geweld / paal en perken stelt,

Hem zij lof en eer, / de verheven Heer.

Vermaning: Romeinen 6: 16-23

Zingen: NLB 942: 1

1  Ik sta voor U in leegte en gemis,

vreemd is uw naam, onvindbaar zijn uw wegen.

Gij zijt mijn God, sinds mensenheugenis –

dood is mijn lot, hebt Gij geen andere zegen?

Zijt Gij de God bij wie mijn toekomst is?

Heer, ik geloof, waarom staat Gij mij tegen?

Gebed van verootmoediging en schuldbelijdenis

Zingen: NLB 942: 2

2  Mijn dagen zijn door twijfel overmand,

ik ben gevangen in mijn onvermogen.

Hebt Gij mijn naam geschreven in uw hand,

zult Gij mij bergen in uw mededogen?

Mag ik nog levend wonen in uw land,

mag ik U eenmaal zien met nieuwe ogen?

Woord van vergeving

Zingen: 942: 3

3  Spreek Gij het woord dat mij vertroosting geeft,

dat mij bevrijdt en opneemt in uw vrede.

Open die wereld die geen einde heeft,

wil alle liefde aan uw mens besteden.

Wees Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft –

Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden.

Gebed om verlichting met de Heilige Geest

1ste Lezing: Zacharia 9: 9-12    ( NBV21 )

[9] Juich, vrouwe Sion,

Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde!

Je koning is in aantocht,

bekleed met gerechtigheid en zege.

Nederig komt hij aanrijden op een ezel,

op een hengstveulen, het jong van een ezelin.

[10] Ik zal de strijdwagens uit Efraïm verjagen

en de paarden uit Jeruzalem;

de oorlogsboog wordt gebroken.

Hij zal vrede stichten tussen de volken.

Zijn heerschappij strekt zich uit van zee tot zee,

van de Rivier tot aan de einden der aarde.

[11] Want, Sion, omwille van mijn verbond met jou, met offerbloed bekrachtigd, zal Ik de gevangenen vrijlaten uit de put zonder water. [12] Keer terug naar de burcht, gevangenen. Jullie hoop is niet vergeefs geweest, want ook nu geldt de toezegging aan Sion: Ik zal je dubbel schadeloosstellen.

Zingen: NLB 550: 1, 2 en 3

1  Verheug u, gij dochter van Sion,

en jonkvrouw Jeruzalem, juich!

Uw koning rijdt binnen, het rijk gaat beginnen,

de zalige tijden, Hij komt ons bevrijden

rechtvaardig, zachtmoedig, de aarde zal spoedig

een bloeiende tuin zijn van vrede en recht,

de Heer heeft het heden gezegd.

2  Verheug u, gij dochter van Sion,

en jonkvrouw Jeruzalem, juich!

Hij zal u regeren

met God en met ere.

De wagens, de paarden,

de wapens, de zwaarden,

krijgszuchtige plannen,

Hij zal ze verbannen,

Hij zal ze verdoen in zijn toorn en zijn recht,

het is van tevoren voorzegd.

3  Verheug u, gij dochter van Sion,

en jonkvrouw Jeruzalem, juich!

Zijn daden, zij zullen

de aarde vervullen,

voor jood en voor heiden

door dood en door lijden

draagt Hij met zich mede

de blijdschap, de vrede,

Hij rijdt op een ezel. Hij lijdt als een knecht,

zo brengt Hij het leven terecht.

2de Lezing: Matteüs 11: 25-30    ( NBV21 )                

[25] In die tijd zei Jezus ook: ‘Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt gehouden, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. [26] Ja, Vader, zo heeft het U behaagd. [27] Alles is Mij toevertrouwd door mijn Vader. Niemand kent de Zoon behalve de Vader, en niemand kent de Vader behalve de Zoon, en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.

[28] Kom allen bij Mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, Ik zal jullie rust geven. [29] Neem mijn juk op je en leer van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, [30] want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’

Tekstlezing: Matteüs 11: 28

Zingen: NLB 941: 1, 2, 3 en 4

1  Waarom moest ik uw stem verstaan?

Waarom, Heer, moet ik tot U gaan

zo ongewende paden?

Waarom bracht Gij / die onrust mij

in ’t bloed is dat genade?

2  Gij maakt mij steeds meer vreemdeling.

Ontvreemdt Ge mij dan, ding voor ding,

al ’t oude en vertrouwde?

O blinde schrik, – / mijn God, mag ik

niet eens mijzelf behouden?

3  Want ik zie voor mij kruis na kruis

mijn weg langs en geen enkel huis

waar ik nog rust zou vinden.

Kom ik zo echt / bij U terecht,

ben ik wel uw beminde?

4  Spreek Gij dan in mijn hart en zeg,

dat het zo goed is, dat die weg

ook door uw Zoon gegaan is,

en dat uw land / naar alle kant

niet ver bij mij vandaan is.

Verkondiging,  thema: Zachtmoedig en Nederig 

Orgelspel

Zingen: NLB 315: 1, 2 en 3

1  Heb dank, o God van alle leven,

die zijt alleen Uzelf bekend,

dat Gij uw woord ons hebt gegeven,

uw licht en liefde ons toegewend.

Nu rijst uit elke nacht uw morgen,

nu wijkt uw troost niet meer van de aard,

en wat voor wijzen bleef verborgen

werd kinderen geopenbaard.

2  En of een mens al diep verloren

en ver van U verzworven is,

Gij noemt zijn naam, hij is herboren,

vernieuwd door uw getuigenis.

Uw woord, dat spreekt in alle talen,

heeft uit het graf ons opgericht,

doet ons in vrijheid ademhalen

en leven voor uw aangezicht.

3  Gemeente, aan wier aardse handen

dit hemels woord is toevertrouwd,

o draag het voort naar alle landen,

vermenigvuldigd duizendvoud.

Een stem zegt: Roep! Wat zou gij roemen

op mensengunst of -heerlijkheid?

’t Verwaait als gras en weidebloemen. –

Gods woord bestaat in eeuwigheid!

Gebeden: dankgebed – voorbeden – stil gebed – Onze Vader

Onze Vader die in de hemelen zijt,

uw naam worde geheiligd;

uw Koninkrijk kome;

uw wil geschiede,

gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood;

en vergeef ons onze schulden,

gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;

en leid ons niet in verzoeking,

maar verlos ons van de boze.

Want van u is het Koninkrijk en de kracht

en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen.

Collecten; de zakken hangen in de hal

Zingen: ELB 170: 1 en 2             Groot is uw trouw…..

1  Groot is uw trouw, o Heer, mijn God en Vader.

Er is geen schaduw van omkeer bij U.

Ben ik ontrouw, Gij blijft immer Dezelfde

die Gij steeds waart, dat bewijst Gij ook nu.

Groot is uw trouw, o Heer, groot is uw trouw, o, Heer,

iedere morgen aan mij weer betoond.

Al wat ik nodig had, hebt Gij gegeven.

Groot is uw trouw, o Heer, aan mij betoond.

Gij geeft ons vrede, vergeving van zonden,

en uw nabijheid, die sterkt en die leidt:

kracht voor vandaag, blijde hoop voor de toekomst

Gij geeft het leven tot in eeuwigheid.

Groot is uw trouw, o Heer, groot is uw trouw, o, Heer,

iedere morgen aan mij weer betoond.

Al wat ik nodig had, hebt Gij gegeven.

Groot is uw trouw, o Heer, aan mij betoond.

Zegen, afgesloten met 3 x gezongen  ‘Amen’