Orde van dienst                                                          26 april 2026 10.00 uur

De vierde zondag van Pasen, “Jubilate”. Kleur: wit. Roepingenzondag

Afkondigingen, mededelingen en kaarsen aansteken

Ouderling: aandacht voor het overlijden van dhr. Klaas Tuin

Zingen: Psalm 122: 1, 2 in Nieuwe Psalmberijming

1. Ik spring van blijdschap op wanneer

vrienden mij vragen mee te gaan –

Jeruzalem, ik kom eraan;

ik sta al klaar, huis van de HEER!

Vol vrolijkheid ga ik op pad.

Mijn lied zwelt aan als ik de stad

met eigen ogen kan bekijken.

We gaan verheugd de poorten door.

De lofzang van het pelgrimskoor

weerklinkt tot wij Gods huis bereiken.

2. Jeruzalem toont mij haar pracht:

een oogverblindend meesterwerk.

De stadsmuur is massief en sterk,

een teken van Gods trouw en macht.

De stammen komen daar elk jaar

door God genodigd bij elkaar

om Hem te danken en te eren.

Daar zijn de zetels neergezet,

daar troont sinds David recht en wet;

van daaruit zal de HEER regeren.

Stilte

Groet:

Vg:           De Heer zij met u,

Gem:       ook met u zij de Heer.

Bemoediging:

Vg:           Onze hulp is in de naam van de Heer,

Gem:       die hemel en aarde gemaakt heeft,

Vg:           In het spoor van Jezus zijn wij op weg,

                die ging door diepten en over hoogten,

                verzoeking en verheerlijking – door heel het leven heen.

Gem:       Die levend water was,

                ogen opende en nieuw leven bracht.

Vg:           Dat wij mét hem gaan, deze veertig dagen

Gem:       om op te staan tot nieuw leven. Amen.

Zingen:     Psalm 118: 1, 8, 9 (Laat ieder ’s Heren goedheid prijzen)

Vers 1 als volgt:

Vrouwen:  Laat ieder ’s Heren goedheid prijzen,

Allen:        Zijn liefde duurt in eeuwigheid.

Vrouwen:  Laat, Israël, uw lofzang rijzen:

Allen:        Zijn liefde duurt in eeuwigheid.

Vrouwen:  Dit zij het lied der priesterkoren:

Allen:        Zijn liefde duurt in eeuwigheid.

Vrouwen:  Gij, die de Heer vreest, laat het horen:

Allen:        Zijn liefde duurt in eeuwigheid.

Inleiding op het thema: “Ik ben de deur”

Gebed om ontferming over de nood in de wereld; na ieder gesproken gedeelte zingen wij (Voorganger en Allen zoals aangegeven):

Zingen:     NLB 632 (Dit is de dag die de Heer)

Gebed om de Heilige Geest

                Kindernevendienst als er kinderen zijn,

                in dat geval zingen: Wij gaan voor even uit elkaar

Lezen:      1 Petrus 2: 1 – 10

[1] Ontdoe u dus van alles wat slecht is, van alle bedrog en huichelarij, alle afgunst en kwaadsprekerij, [2] en verlang als pasgeboren zuigelingen naar de zuivere melk van het woord, opdat u daardoor groeit en uw redding bereikt. [3] U hebt toch de goedheid van de Heer geproefd? [4] Voeg u bij Hem, bij de levende steen die door de mensen werd afgekeurd maar door God werd uitgekozen om zijn kostbaarheid, [5] en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel. Vorm een heilige priesterschap om geestelijke offers te brengen die God, dankzij Jezus Christus, welgevallig zijn. [6] In de Schrift staat immers: ‘In Sion leg Ik een hoeksteen die Ik heb uitgekozen om zijn kostbaarheid; wie daarop vertrouwt, komt niet bedrogen uit.’ [7] Kostbaar is hij voor u, die erop vertrouwt. Voor wie er niet op vertrouwen geldt echter: ‘De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden.’ [8] En: ‘Het is een steen waarover men struikelt, een rotsblok waaraan men zich stoot.’ Zij struikelen omdat ze weigeren Gods woord te gehoorzamen, daartoe zijn ze bestemd. [9] Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht. [10] Eens was u geen volk, nu bent u Gods volk; eens werd u ontferming onthouden, nu ontvangt u Gods ontferming.

Zingen:     NLB 971: 1, 2 (Zing een nieuw lied voor God de Here)

Lezen:      Johannes 10: 1 – 10

[1] Werkelijk, Ik verzeker u, wie de schaapskooi niet binnengaat door de deur maar ergens anders naar binnen klimt, is een dief of een rover. [2] Wie door de deur naar binnen gaat, is de herder van de schapen. [3] Voor hem doet de bewaker open. De schapen luisteren naar zijn stem, hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten. [4] Wanneer hij al zijn schapen naar buiten gebracht heeft, loopt hij voor ze uit en de schapen volgen hem omdat ze zijn stem kennen. [5] Iemand anders volgen ze niet, ze lopen juist van hem weg omdat ze de stem van een vreemde niet kennen.’

[6] Jezus vertelde hun deze gelijkenis, maar ze begrepen niet wat Hij bedoelde. [7] Daarom vervolgde Hij: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, Ik ben de deur voor de schapen. [8] Zij die vóór Mij kwamen waren allemaal dieven en rovers, maar naar hen hebben de schapen niet geluisterd. [9] Ik ben de deur: wanneer iemand door Mij binnenkomt zal hij gered worden; hij zal in en uit lopen, en hij zal weidegrond vinden. [10] Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.

Zingen:     NLB 653:1, 6 (U kennen, uit en tot U leven)

Overweging

Orgelspel

Zingen:     NLB 418: 1, 2, 3 (God, schenk ons de kracht)

Dankgebed, voorbede, stil gebed, Onze Vader

Diaken van dienst geeft toelichting op de collectebestemmingen

Zingen:     NLB 1014 (Geef vrede door van hand tot hand)

Wegzending en zegen, gem: NLB 415: 3 (Amen, amen, amen)

Zingen:     NLB 708: 1, 6 (Wilhelmus)

Orgelspel ___________________________________________