liturgie 22 maart 2026

Orde van dienst voor de 5e zondag van de 40-dagentijd
DIENST VAN DE VOORBEREIDING
Welkom en mededelingen
Uitleg bij de liturgische schikking
Intochtslied: Psalm 130:1 Uit diepten van ellende…..
Stil gebed
Bemoediging en groet
Lied: Psalm 130:3
Verootmoedigingsgebed
Zingen als genadeverkondiging: psalm 130:2
Wetslezing: De tien woorden als heenzending
Lied: Vernieuw Gij mij, o eeuwig licht (Lied 834:1-3)
DIENST VAN HET WOORD
Gebed bij de opening van het woord
Lezing: Ezechiël 37:1-14 en Joh. 11:1-4, 17-44 (NBV21)
Een dal vol beenderen
[1] Ik werd opnieuw door de hand van de HEER gegrepen. Zijn geest voerde mij mee en Hij zette mij neer in een dal vol beenderen. [2] Ik moest er aan alle kanten omheen lopen, en zo zag ik dat er verspreid over het dal heel veel beenderen lagen, die helemaal waren uitgedroogd. [3] De HEER vroeg mij: ‘Mensenkind, kunnen deze beenderen weer tot leven komen?’ Ik antwoordde: ‘HEER, mijn God, dat weet U alleen.’ [4] Toen zei Hij: ‘Profeteer, en zeg tegen deze beenderen: “Dorre beenderen, luister naar de woorden van de HEER! [5] Dit zegt God, de HEER: Beenderen, Ik ga jullie adem geven zodat jullie tot leven komen. [6] Ik zal jullie pezen geven, vlees op jullie laten groeien en jullie met huid overtrekken. Ik zal jullie adem geven zodat jullie tot leven komen. Dan zullen jullie beseffen dat Ik de HEER ben.”’
[7] Ik profeteerde zoals mij was opgedragen. Zodra ik dat deed hoorde ik een geluid, er klonk een geruis van botten die naar elkaar toe bewogen en zich aaneenvoegden. [8] Ik zag pezen zich aanhechten en vlees groeien, ik zag hoe er huid over de botten heen trok, maar ademen deden ze nog niet. [9] Toen zei Hij tegen mij: ‘Profeteer tegen de wind, profeteer, mensenkind, en zeg tegen de wind: “Dit zegt God, de HEER: Kom uit de vier windstreken, wind, en blaas in deze doden, zodat ze weer gaan leven.”’ [10] Ik profeteerde zoals Hij mij gezegd had, en de lichamen werden met adem gevuld. Ze kwamen tot leven en gingen op hun voeten staan: een onafzienbare menigte.
[11] En Hij zei tegen mij: ‘Mensenkind, deze beenderen zijn het volk van Israël. Het zegt: “Onze botten zijn verdord, onze hoop is vervlogen, onze levensdraad is afgesneden.” [12] Profeteer daarom en zeg tegen hen: “Dit zegt God, de HEER: Mijn volk, Ik zal jullie graven openen, Ik laat jullie uit je graven komen en Ik zal jullie naar het land van Israël brengen. [13] Mijn volk, als Ik je graven open en jullie uit je graven laat komen, zullen jullie beseffen dat Ik de HEER ben. [14] Ik zal jullie mijn adem geven zodat jullie weer tot leven komen, Ik zal jullie in je eigen land laten wonen, en jullie zullen beseffen dat Ik de HEER ben. Wat Ik gezegd heb, zal Ik doen – zo spreekt de HEER.”’
Joh. 11: 1-4
Lazarus uit de dood opgewekt
[1] Er was iemand ziek, een zekere Lazarus uit Betanië, het dorp waar Maria en haar zus Marta woonden – [2] dat was de Maria die Jezus met olie gezalfd heeft en zijn voeten met haar haar heeft afgedroogd; de zieke Lazarus was haar broer. [3] De zussen stuurden iemand naar Jezus met de boodschap: ‘Heer, uw vriend is ziek.’ [4] Toen Jezus dit hoorde zei Hij: ‘Deze ziekte loopt niet uit op de dood, maar op de eer van God, zodat de Zoon van God geëerd zal worden.’
Joh. 11: 17-44
[17] Toen Jezus daar aankwam, hoorde Hij dat Lazarus al vier dagen in het graf lag. [18] Betanië ligt dicht bij Jeruzalem, op een afstand van ongeveer vijftien stadie, [19] en er waren dan ook veel Joden naar Marta en Maria gekomen om hen te troosten nu hun broer gestorven was. [20] Toen Marta hoorde dat Jezus onderweg was ging ze Hem tegemoet, terwijl Maria thuisbleef. [21] Marta zei tegen Jezus: ‘Als U hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn. [22] Maar zelfs nu weet ik dat God U alles zal geven wat U vraagt.’ [23] Jezus zei: ‘Je broer zal uit de dood opstaan.’ [24] ‘Ja,’ zei Marta, ‘ik weet dat hij bij de opstanding op de laatste dag zal opstaan.’ [25] Maar Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, [26] en ieder die leeft en in Mij gelooft zal nooit sterven. Geloof je dat?’ [27] ‘Ja, Heer,’ zei ze, ‘ik geloof dat U de messias bent, de Zoon van God die naar de wereld zou komen.’
[28] Na deze woorden ging ze terug, ze nam haar zus Maria apart en zei: ‘De meester is er, en Hij vraagt naar je.’ [29] Zodra Maria dit hoorde ging ze naar Jezus toe, [30] die nog niet in het dorp was, maar op de plek waar Marta Hem tegemoet was gekomen. [31] Toen de Joden die bij haar in huis waren om haar te troosten, Maria zo haastig zagen weggaan, liepen ze achter haar aan, want ze dachten dat ze naar het graf ging om daar te weeklagen.
[32] Zodra Maria op de plek kwam waar Jezus was en Hem zag, viel ze aan zijn voeten neer. Ze zei: ‘Als U hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn!’ [33] Jezus zag hoe zij en de Joden die bij haar waren weeklaagden, en Hij ergerde zich. Diep bewogen [34] vroeg Hij: ‘Waar hebben jullie hem neergelegd?’ Ze zeiden: ‘Kom maar kijken, Heer.’ [35] Jezus begon te huilen, [36] en de Joden zeiden: ‘Wat heeft Hij veel van hem gehouden!’ [37] Maar er werd ook gezegd: ‘Hij heeft de ogen van een blinde geopend, Hij had nu toch ook de dood van Lazarus kunnen voorkomen?’ [38] Weer ergerde Jezus zich. Hij liep naar het graf, een spelonk met een steen voor de opening. [39] Hij zei: ‘Haal de steen weg.’ Marta, de zus van de dode, zei: ‘Maar Heer, de stank! Hij ligt er al vier dagen!’ [40] Jezus zei tegen haar: ‘Ik heb je toch gezegd dat je Gods grootheid zult zien als je gelooft?’ [41] Toen haalden ze de steen weg. Daarop keek Hij omhoog en zei: ‘Vader, Ik dank U dat U Mij hebt verhoord. [42] U verhoort Mij altijd, dat weet Ik, maar Ik zeg dit ter wille van al deze mensen hier, opdat ze zullen geloven dat U Mij gezonden hebt.’ [43] Daarna riep Hij luid: ‘Lazarus, kom naar buiten!’ [44] De dode kwam tevoorschijn, zijn handen en voeten in linnen gewikkeld, en zijn gezicht bedekt door een doek. Jezus zei tegen de omstanders: ‘Maak de doeken los, en laat hem gaan.’
Lied: Alles wat over ons geschreven is (Lied 556:1-3)
Verkondiging
Orgelspel
Zingen: De steppe zal bloeien (Lied 608:1,3)
DIENST VAN HET ANTWOORD
Danken en voorbeden, afgesloten met het Onze Vader
Toelichting op de collecte
Slotlied: Ontwaak, o mens, de dag breekt aan (Lied 215:1,2,4,7)
Heenzending en zegen, afgesloten met Lied 415:3