Orde van dienst voor de 3e zondag van de 40-dagentijd; aanvang 10:00 uur

Thema: een ongebruikelijke route, een echte ontmoeting.

DIENST VAN DE VOORBEREIDING

Welkom en mededelingen

Uitleg bij de liturgische schikking

Intochtslied: Psalm 42:1,2,3 uit de Nieuwe Psalmberijming

Als een uitgeputte hinde

die naar stromend water smacht,

zo verlang ik U te vinden,

God, mijn  levensbron, mijn kracht.

Ik  heb dorst, mijn hart lijdt pijn:

wanneer zal ik bij Hem zijn?

Wanneer zal ik Hem ontmoeten.

zal zijn glimlach mij begroeten?

Alle nachten, alle dagen

eet ik bitter tranenbrood.

Heel de dag door hoor ik vragen:

‘Is die God van jou soms dood?’

Ach, wat weet ik het nog goed

hoe ik meeliep in de stoet;

opgetogen klonk ons zingen

als we naar Gods woning gingen.

Waarom, ziel, zo aangeslagen?

Waarom boordevol verdriet?

Hoop op God en laat je dragen.

Hij vergeet, je zeker niet.

Want de dag komt – heb geduld! –

dat je Hem aanbidden zult.

Straks zal ik zijn naam belijden:

Hij zal mij opnieuw bevrijden.

Stil gebed

Bemoediging en groet

Lied: Morgenglans der eeuwigheid        (Lied 213:1,2,4)

Kyriegebed

Lied: Geef vrede, Heer, geef vrede       (Lied 1010:1,3)

DIENST VAN HET WOORD

Gebed bij de opening van het woord

Zingen: Gij zijt het water ons ten leven           (Lied 653:3,4)

Lezing: Exodus 17:1-7  en   Johannes 4:5-26 (NBV21)

Exodus 17

[1] Vanuit de woestijn van Sin trok het hele volk van Israël verder, van de ene pleisterplaats naar de andere, volgens de aanwijzingen van de HEER. Toen ze hun tenten opsloegen in Refidim, bleek daar geen water te zijn om te drinken. [2] Ze maakten Mozes verwijten. ‘Geef ons te drinken, geef ons water!’ zeiden ze. Mozes zei: ‘Waarom maakt u mij verwijten? Waarom stelt u de HEER op de proef?’ [3] Maar omdat het volk daar hevige dorst leed, bleef het klagen. ‘Waarom hebt u ons weggehaald uit Egypte?’ zeiden ze tegen Mozes. ‘Om ons van dorst te laten sterven, met onze kinderen en ons vee?’ [4] Mozes riep luid de HEER aan. ‘Wat moet ik met dit volk beginnen?’ vroeg hij. ‘Er hoeft niet veel meer te gebeuren of ze stenigen mij!’ [5] De HEER antwoordde Mozes: ‘Ga samen met een aantal van de oudsten van Israël voor het volk uit. Neem de staf waarmee je op de Nijl hebt geslagen in je hand en ga op weg. [6] Ik zal je opwachten op de rots bij de Horeb. Als je op de rots slaat, zal er water uit stromen, zodat het volk te drinken heeft.’ Mozes deed dit, in het bijzijn van de oudsten van Israël. [7] Hij noemde die plaats Massa en Meriba, omdat de Israëlieten Mozes daar verwijten hadden gemaakt en omdat ze daar de HEER op de proef hadden gesteld door te vragen: ‘Is de HEER nu in ons midden of niet?’

Johannes 4

[5] Zo kwam Hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, [6] waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. [7] Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef Mij wat te drinken.’ [8] Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. [9] De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt U, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ (Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om.) [10] Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u Hém erom vragen en dan zou Hij u levend water geven.’ [11] ‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘U hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt U dan levend water vandaan halen? [12] U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.’ [13] Jezus antwoordde: ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen, [14] maar wie het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat Ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’ [15] ‘Geef mij dat water, heer,’ zei de vrouw, ‘dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.’ [16] Toen zei Jezus tegen haar: ‘Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug.’ [17] ‘Ik heb geen man,’ zei de vrouw. ‘U hebt gelijk als u zegt dat u geen man hebt,’ zei Jezus, [18] ‘u hebt vijf mannen gehad, en degene die u nu hebt is uw man niet. Wat u zegt is waar.’ [19] Daarop zei de vrouw: ‘Ik begrijp dat U een profeet bent, heer. [20] Onze voorouders vereerden God op deze berg, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plek is waar God vereerd moet worden.’ [21] ‘Geloof Me,’ zei Jezus, ‘er komt een tijd dat jullie noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden. [22] Jullie vereren wat je niet kent, wij vereren wat we kennen; de redding komt immers van de Joden. [23] Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, Hem aanbidt vervuld van Geest en waarheid. De Vader zoekt mensen die Hem zo aanbidden, [24] want God is Geest, dus wie Hem aanbidt, moet dat doen vervuld van Geest en waarheid.’ [25] De vrouw zei: ‘Ik weet wel dat de messias zal komen,’ (dat betekent ‘gezalfde’) ‘wanneer hij komt zal hij ons alles vertellen.’ [26] Jezus zei tegen haar: ‘Ik ben het, degene die met u spreekt.’

Liedje bij de lezing: ‘Bij U is de bron’ van Elly en Rikkert   ( YouTube )

Tekst:           Een bron komt zomaar tevoorschijn

Gaat alsmaar door

Met stromen

Het water voedt alle planten

Het graan op het land

En de bomen

Een bron komt zomaar naar boven

Nooit houdt zij op

Met geven

Bij U bij U is de bron

Bij U is de bron

Van het leven

En in Uw licht

Zien wij het licht

Het licht waar alles mee begon

Bij U bij U is de bron

Bij U is de bron

Van het leven

Verkondiging

Orgelspel

Zingen: Kondig het jubelend aan          (Lied 659:1,4,5,6)

DIENST VAN HET ANTWOORD

Danken en voorbeden, afgesloten met het Onze Vader

Toelichting op de collecte

Slotlied: Bron van liefde, licht en leven           (Lied 793:1,3)

Heenzending en zegen, afgesloten met Lied 415:3  Amen, amen, amen…..