Protestantse Gemeente Ter Apel

                                   Protestantse Gemeente Valthe en Valthermond

Orde van dienst voor zondag 18 januari 2026; viering Heilig Avondmaal;

Thema: goeden en slechten

Voorganger: ds. E. v.d. Meulen

Ouderling: mw. L. Brouwer-Wubs

Organist: dhr. R. Elling, Emmen

DIENST VAN DE VOORBEREIDING

Welkom en mededelingen

Intochtslied: Psalm 96:1,3                  

1  Zing voor de Heer op nieuwe wijze,

zing aarde, zing zijn naam ten prijze,

boodschap zijn heil van dag tot dag,

wek bij de volken diep ontzag

voor ’t wonder van zijn gunstbewijzen.

3  Geeft aan de Heer, alle geslachten,

geef aan de Here lof en krachten.

Gij volken, roem zijn grote naam,

kom in zijn heiligdom tezaam,

loof Hem, de Heer der hemelmachten.

Stil gebed

Bemoediging en groet

Drempelgebed

Zingen: Ik wandel in het licht met Jezus (Ev. Lied bundel 184:1,3)

1  Ik wandel in het licht met Jezus.

Het donk’re dal ligt achter mij

en ’k weet mij in zijn trouw geborgen;

welk een liefdevolle vriend is Hij.

Ik wandel in het licht met Jezus

en ik luister naar zijn dierb’re stem

en niets kan m’ ooit van Jezus scheiden

sinds ik wandel in het licht met Hem.

3  Ik wandel in het licht met Jezus,

mijn ziel is Hem gans toegewijd;

met Hem verrezen tot nieuw leven,

volg ’k mijn Heiland tot in eeuwigheid.

Ik wandel in het licht met Jezus

en ik luister naar zijn dierb’re stem

en niets kan m’ ooit van Jezus scheiden

sinds ik wandel in het licht met Hem.

DIENST VAN HET WOORD

Gebed bij de opening van de Schriften

Kinderlied: Wij gaan voor even uit elkaar (als er kinderen zijn)

1  Wij gaan voor even uit elkaar

en delen nu het licht.

Dat licht vertelt ons iets van God.

Op Hem zijn wij gericht.      

2  Wij geven Gods verhalen door.

En wie zich openstelt

ervaart misschien een beetje licht

door wat er wordt verteld.

3  Straks zoeken wij elkaar weer op

en elk heeft zijn verhaal.

Het licht verbindt ons met elkaar:

het is voor allemaal.

Schriftlezingen: Jesaja 25:1-9 en Matteüs 22:1-14

Danklied

[1] HEER, U bent mijn God.

Hoog zal ik U prijzen, uw naam loven.

Want wonderbaarlijk zijn uw daden,

sinds mensenheugenis hebt U uw plannen uitgevoerd,

trouw en betrouwbaar.

[2] U hebt de stad tot een bouwval gemaakt,

de versterkte vesting tot een ruïne;

het bolwerk van barbaren is geen stad meer,

nooit zal ze worden herbouwd.

[3] Daarom zal het gewelddadige volk U eren,

de stad van wrede volken ontzag voor U tonen.

[4] U was een toevlucht voor de zwakken,

een toevlucht voor de armen in hun nood,

een schuilplaats tegen stortbuien, schaduw tegen hitte.

Want het woeden van die wrede volken

is als een stortbui tegen een muur,

[5] als hitte in een dorre streek.

U doet het gejoel van barbaren verstommen,

U tempert de triomf van tirannen,

zoals de schaduw van een wolk de hitte tempert.

Het feestmaal op de Sion

[6] Op deze berg richt de HEER van de hemelse machten

voor alle volken een feestmaal aan:

uitgelezen gerechten en belegen wijnen,

een feestmaal rijk aan merg en vet,

met pure, rijpe wijnen.

[7] Op deze berg vernietigt Hij de sluier

waarmee alle volken omhuld zijn,

het kleed dat alle volken bedekt.

[8] Voor altijd doet Hij de dood teniet.

God, de HEER, wist de tranen van elk gezicht,

de smaad van zijn volk neemt Hij van de aarde weg

– de HEER heeft gesproken.

[9] Op die dag zal men zeggen: ‘Hij is onze God!

Hij was onze hoop: Hij zou ons redden.

Hij is de HEER, Hij was onze hoop.

Juich en wees blij: Hij heeft ons gered!’

Matteüs 22

[1] Daarop vertelde Jezus hun opnieuw een gelijkenis: [2] ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. [3] Hij stuurde zijn dienaren eropuit om de genodigden voor de bruiloft bijeen te roepen, maar die wilden niet komen. [4] Daarna stuurde hij andere dienaren op pad met de opdracht: “Zeg tegen de genodigden: ‘Ik heb het feestmaal bereid, ik heb mijn stieren en het mestvee laten slachten. Alles staat klaar, kom dus naar de bruiloft!’” [5] Maar ze negeerden hen en vertrokken, de een naar zijn akker, de ander naar zijn handel. [6] De overigen namen zijn dienaren gevangen, mishandelden en doodden hen. [7] De koning ontstak in woede en stuurde zijn troepen eropaf, hij liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken. [8] Vervolgens zei hij tegen zijn dienaren: “Alles staat klaar voor het bruiloftsfeest, maar de genodigden waren het niet waard. [9] Ga daarom naar de toegangswegen van de stad en nodig voor de bruiloft iedereen uit die je tegenkomt.” [10] De dienaren gingen de straat op en brachten alle mensen die ze tegenkwamen bijeen, zowel goede als slechte. En de bruiloftszaal vulde zich met gasten voor de maaltijd. [11] Toen de koning binnenkwam om te zien wie er allemaal aanlagen, zag hij iemand die geen bruiloftskleed droeg, [12] en hij vroeg hem: “Vriend, hoe ben je hier binnengekomen terwijl je niet eens een bruiloftskleed aanhebt?” De man wist niets te zeggen. [13] Daarop zei de koning tegen zijn hofdienaars: “Bind hem aan handen en voeten en gooi hem eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.” [14] Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren.’

Zingen: De Heer richt op zijn berg een maaltijd aan (Lied 762:1,2,4)

1  De Heer richt op zijn berg een maaltijd aan,

van spijs en merg, van uitgelezen wijnen;

van heinde en ver zal men aan tafel gaan,

de Heer is gul en goed voor al de zijnen.

2  Gezuiverd en belegen is de wijn,

zo rood als bloed, gerijpt tot heil en zegen;

op deze berg zal ’t feestelijk toeven zijn,

hier leidt de Heer ons heen langs alle wegen.

4  Wij treden aan het ontoegankelijk licht,

wij volkeren, wij heidenen, wij mensen;

wij zien het leven-zelf in het gezicht,

God haalt ons thuis van achter alle grenzen.

Verkondiging    Thema: ‘goeden en slechten’

Orgelspel

Zingen: Toch overwint eens de genade (Lied 755:1,2)

1  Toch overwint eens de genade,

en maakt een einde aan de nacht.

Dan onderwerpt de Heer het kwade,

dan is de strijd des doods volbracht.

De wereld treedt in ’s Vaders licht,

verheerlijkt voor zijn aangezicht.

2  O welk een vreugde zal het wezen,

als Hem elk volk is toegedaan.

Uit aarde en hemel opgerezen,

vangt dan het nieuwe loflied aan,

als ieder voor de Heer zich buigt

en aller stem Gods lof getuigt.

Gebeden, afgesloten met het Onze Vader

Onze Vader die in de hemelen zijt,

uw naam worde geheiligd;

uw Koninkrijk kome;

uw wil geschiede,

gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood;

en vergeef ons onze schulden,

gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;

en leid ons niet in verzoeking,

maar verlos ons van de boze.

Want van u is het Koninkrijk en de kracht

en de heerlijkheid tot in eeuwigheid.

Amen.

Aankondiging collecten.

De eerste collecte is voor Diaconie.

De tweede collecte is voor Beheer kerk.

De derde collecte is voor “Friedenstimme”, het kinderdoel voor Avondmaalcollecte. 

De collectezakken hangen in de hal.

DIENST VAN DE TAFEL

Zingen als geloofsbelijdenis: Wij geloven één voor één (Lied 344:1-3) (staande)

1  Wij geloven één voor één

en ook samen:

de Heer is God en anders geen.

Amen, amen.

2  Wij geloven in de naam

Jezus Christus,

gestorven en weer opgestaan.

Halleluja!

3  Wij geloven dat de Geest

ook nog heden

de wereld en onszelf geneest.

Vrede, vrede.

Nodiging

Lied van toenadering: Lied 381:1 Genadig Heer, die al mijn zwakheid weet

1  Genadig Heer, die al mijn zwakheid weet,

wil mij vergeven wat ik U misdeed;

verwerp mij niet, die op uw vrijspraak wacht,

maar troost mij met uw woord: het is volbracht.

Groet

Vg:     De Heer zal met u zijn.

De Heer zal u bewaren.

Verheft nu uw hart tot God en laten wij de Heer onze God

dankzeggen, want Hij verdient onze dank.

God wij danken U!

God, wij danken U met heel ons hart.

U hebt ons de aarde gegeven en alles wat daarop is.

Wij zijn Uw mensen, Uw kinderen.

Niet voor de dood, maar voor het leven hebt Gij ons geschapen.

Wij danken U, want dit is de dag van de opstanding van Jezus Uw Zoon.

Wij danken U, want met Hem zijn wij ook opgestaan ten leven.

Zingen:  lied 381:2

2  Gij hebt mij Heer, geroepen aan uw dis,

het heilig feest van uw gedachtenis;

Schenk mij uw Geest, opdat ik U ontmoet

in ’t teken van uw lichaam en uw bloed.

Vg      Wij danken U God, dat Gij ons vanmorgen nodigt:

          jong en oud om brood en wijn te delen,

          om de grote liefde van Jezus te proeven.

          Wij danken U dat Jezus, met mensen als wij aan tafel ging,

          en met mensen als wij het brood brak,

          en met mensen als wij de wijn deelde,

          om zo Gods liefde te laten zien.

Zingen: lied 381:3

3  Gij, die voor armen rijkdom hebt bereid,

voor onrechtvaardigen gerechtigheid,

zie, hoe naar U zich mijn verlangen wendt

en leid mij zelf, Heer, tot uw sacrament.

Vg      Wij prijzen U God om Jezus Christus,

          die is: de Levende, begin en einde,

          eerste uit de doden, licht der wereld,

          eerstgeborene van heel de schepping,

          die voor ons werd het Paaslam,

          dat wegdraagt alle zonden van de wereld.

          Want in de nacht waarin Hij werd overgeleverd,

          nam Hij het brood in Zijn handen.

          Hij sprak de zegen uit.

          Hij brak het,

          en gaf het aan Zijn vrienden met de woorden:

          Neemt en eet allen hiervan,

          want dit is mijn lichaam

          dat voor u wordt gegeven.

          Ook nam Hij de beker,

          nadat de maaltijd was afgelopen.

          Hij dankte U weer  

          en gaf hem aan Zijn vrienden met de woorden:

          Neemt deze beker

          en drinkt hieruit,

          want dit is de beker van het Nieuwe Verbond

          dit is Mijn bloed,

          dat voor u en voor alle mensen

          wordt vergoten tot vergeving van zonden.

          Doe dit om Mij te gedenken.

          Daarom gedenken wij

          het verlossend lijden van Jezus Christus onze Heer,

          die verrezen is en zit aan Uw rechterhand.

          En wij verkondigen Zijn dood,

          totdat Hij wederkomt. Amen!

Zingen: Lied 381:4

4  Wie geeft het brood, dat hongerigen voedt,

waar is de bron waaruit ik drinken moet?

Gij, Heer, alleen kunt mijn genezing zijn;

voed mij en drenk mij met uw brood en wijn.

Vg      Zend dan, o God Uw Heilige Geest in ons midden,

          zodat wij eten en drinken het leven dat niet vergaat.

          En zoals dit brood dat wij breken

          was verstrooid over de velden,

          maar werd samengebracht en één is geworden,

          breng zo Uw gemeente bijeen, van heinde en ver

          in het Rijk van Uw vrede.

          Want U komt alle eer toe,

          U alleen de heerlijkheid

          door Jezus Christus Uw Zoon.

Zingen: lied 381:5

5  Nu ik mijn hand strek naar ’t gebroken brood

en neem de beker, die Gij zelf mij bood,

hoe komt Gij met uw goedheid mij nabij;

berg me in uw liefde, Heer, en zegen mij.

Delen van brood en wijn

Zingen als dankzegging: lied 381:6

6  U wil ik danken, grote Levensvorst;

Gij hebt gestild mijn honger en mijn dorst.

Uw kracht, uw leven daalde in mij neer;

in uw gemeenschap wil ik blijven, Heer.

Heenzending en zegen

Zingen: Amen, amen, amen (Lied 415:3)

3  Amen, amen, amen!

Dat wij niet beschamen

Jezus Christus onze Heer,

amen, God, uw naam ter eer!